Na de val: een Europees keizerrijk?

Samenvatting van het boek ‘De neergang’ door professor David Engels

De val van Icarus (1635-1637) door Jacob Peter Gowy

Afbeelding: De val van Icarus (1635-1637) door Jacob Peter Gowy

Binnen twintig tot dertig jaar zullen er door heel Europa burgeroorlogen uitbreken, vergelijkbaar met oorlogen die Spartacus voor de val van de republiek tegen Rome voerde. Dat voorspelt professor David Engels van de Vrije Universiteit Brussel in een (zoals gewoonlijk) onderbelicht boek Le Déclin (De neergang) dat in 2014 ook in het Duits werd vertaald als Auf dem Weg ins Imperium (Op weg naar het keizerrijk).

Volgens de Brusselse geschiedkundige zijn de gelijkenissen tussen het verval van de huidige Europese Unie en de val van de Romeinse republiek zó groot, dat burgeroorlog ook bij ons onvermijdelijk is geworden. Landen als Duitsland en Frankrijk zullen dan ophouden te bestaan. In plaats daarvan zullen gewapende paramilitaire groeperingen eigen staten uitroepen.

Professor Engels verwacht dat de periode van burgeroorlogen pas stopt wanneer er een keizer opstaat die het Europese volk weer sociale zekerheid belooft, zoals de eerste Romeinse keizer Augustus. (Maar twintigers en dertigers die vandaag nog voor een pensioen sparen, kunnen dat tegen die tijd vermoedelijk op hun buik schrijven.)

De professor trekt zijn conclusies op basis van gedetailleerde, feitelijk onderbouwde vergelijkingen tussen Rome en de huidige EU. Hij analyseert in zijn boek een aantal ‘politiek incorrecte’ thema’s zoals de multiculturele samenleving, massamigratie, vergrijzing en omvolking, maar ook het verval van het gezin als hoeksteen van de samenleving en de verschuiving van traditionele naar abstracte idealen als gelijkheid, tolerantie en persoonlijke ontwikkeling.

In de volgende paragrafen vat ik de eerste drie van twaalf hoofdargumenten uit zijn boek samen.

Doorgeschoten tolerantie (§2.1)

Ondanks dat de blanke huidskleur lange tijd de Europese identiteit heeft bepaald, vinden inwoners van de EU tolerantie voor de ‘ander’ nu een teken van beschaving. Het racisme van de twintigste eeuw heeft hen getraumatiseerd. Uitsluiting, vinden ze, leidt tot vijandigheden. Maar ze hebben tolerantie zo sterk geïdealiseerd dat ze hun eigen etnische identiteit weg hebben gerelativeerd.

Europeanen geloven nu in universele waarden en sluiten iedereen uit de hele wereld in hun armen. Maar in plaats van te kiezen voor kwaliteit, hebben ze de grenzen op humanitaire gronden opengezet. Bijna 20% van de Duitse bevolking bestaat inmiddels uit (nageslacht van) mensen die pas na 1950 zijn geïmmigreerd. Bijna 25% van de Fransen heeft een migrant als ouder of grootouder. Dat heeft gevolgen gehad: in 2006 pleegde 9% van de Duitse bevolking bijna een kwart van alle misdaden—criminele allochtonen.

Net als in de EU vonden soortgelijke ontwikkelingen in het oude Rome plaats. Professor Engels schrijft dat autochtone bewoners zich hierdoor beginnen te vervreemden van de samenlevingen die hun voorouders hadden gebouwd. Door de omvolking verliezen oorspronkelijke bewoners langzaamaan hun loyaliteit voor een land dat steeds minder het hunne is.

Geboorte en vergrijzing (§2.2)

“Met de massale integratie van vrouwen in het maatschappelijke leven hebben Europeanen weinig tijd om aan hun gezinnen te besteden,” schrijft professor Engels. Als gevolg daarvan is de autochtone bevolking op catastrofale wijze begonnen te vergrijzen: er worden nauwelijks kinderen meer geboren.

Daarentegen houden mensen van Afrikaanse of Arabische afkomst hun gezinnen wel degelijk groot. In Zwitserland krijgen autochtone vrouwen gemiddeld 1,7 kinderen, maar migranten krijgen er 2,8; Turkse en Marokkaanse migranten zelfs 3,4. Wanneer de autochtone babyboomgeneratie eenmaal is uitgestorven, zal één op drie Duitsers een migrant zijn, voornamelijk moslim. De vrees voor een Eurabië, een Europa bevolkt door Arabieren, wordt daarmee werkelijkheid.

Een vergelijkbare demografische catastrofe vond in Rome plaats. Op den duur werden de Romeinse slaven de meerderheid en de ‘vrije’ burgers de minderheid. Maar ook het kritieke verschil tussen een grote generatie oudere Romeinen en een kleine generatie jongeren leidde tot een wederzijds wantrouwen. De Romeinse elite was hoe dan ook meer geïnteresseerd in het bevredigen van haar hedonistische behoeftes dan in het voortbestaan van het vrije volk.

Gezin en individualisme (§2.3)

Door de lage geboortes zijn Europeanen hun gezinnen anders gaan inrichten. Inmiddels groeit bijvoorbeeld een kwart van alle Franse kinderen niet meer met beide biologische ouders op. Ook zijn we homohuwelijk of adoptie uit het buitenland, zelfs door homoparen, collectief normaal gaan vinden. De rechten van het kind staan in Europese samenlevingen niet meer op de eerste plaats, maar op de tweede plaats achter de behoeftes van de ouders.

Professor Engels noemt het zorgelijk dat het gezin als hoeksteen van de samenleving uiteen valt, onder andere door het groeiende aantal scheidingen. Hoe kan een mens loyaal blijven aan zijn maatschappij, wanneer de stabiliteit en de veiligheid van het eigen gezin continu door ‘progressieve’ veranderingen wordt ondermijnd?

Opvallend: ook in de laatste dagen van de Romeinse republiek werden vrouwen steeds financieel onafhankelijker. Niet de eigen man, maar de Staat en de werkgever hielden de vrouw voortaan staande. Een Romeins schrijver klaagde dat de stad enkel nog slaven hield om de bevolkingsaantallen kunstmatig op te krikken, terwijl de oorspronkelijke Romeinen “hun ras en hun naam” ten onder zouden willen zien gaan.

Een Europees keizerrijk?

Volgens professor Engels is het verval van Europa een wereldwijd fenomeen dat zich ook in de voormalige koloniën in Noord-Amerika, Zuid-Amerika, Australië en Zuid-Afrika afspeelt. Ook daar vergrijst de blanke bevolking. Overal zijn de tekenen hetzelfde, namelijk dat het verval van binnenuit komt:

“In feite compliceren en belemmeren het toenemende kosmopolitisme en het uiteenvallen van het gezin en het huwelijk de identificatie [met de eigen cultuur]. Vanwege het stedelijke isolement en het ongebreidelde materialisme dat dat schept, blijkbaar gerechtvaardigd door het recht op persoonlijke ontwikkeling, ontmantelt het carrièrisme de sociale cohesie tussen burgers, het identiteitselement van het allergrootste belang.”

Kortom, we werken steeds meer voor steeds meer geld, maar krijgen er minder leven en minder kinderen voor terug. Dat kweekt jaloezie, wantrouwen en boosheid jegens anderen. Als gevolg daarvan verliezen burgers hun vertrouwen in de rechterlijke macht, die hen met haar universalistische trekken sowieso niet meer kan of wil beschermen.

Daarmee sluit Engels het boek af, tenminste in de hoedanigheid van historicus. In een naschrift gaat hij een stapje verder: kunnen we lessen trekken uit de overeenkomsten tussen Rome en de EU, en zo ja, wat betekenen die lessen dan? Allereerst benadrukt hij dat het Romeinse Keizerrijk de in verval geraakte democratische republiek opvolgde. In Rome kwam keizer Augustus aan de macht die van 27 voor Christus tot 14 na Christus zou regeren.

Het volk steunde Augustus, omdat hij een spoedig herstel van de maatschappelijke orde garandeerde, evenals een efficiënt sociale bijstandssysteem. Indien Europa inderdaad uiteenvalt, dan ligt het voor de hand dat moderne Europeanen eveneens een sterke leider zullen kiezen, net zoals het ooit voor Napoleon of Hitler koos. Om te overleven zullen Europeanen het risico accepteren voor een radicale partij te stemmen die de volledige macht opeist.

Professor Engels verwacht dat het Europa van de toekomst zeker niet progressief en kosmopolitisch zal zijn. Een toekomstige keizer of president zal het gezin en zijn traditionele waarden weer omarmen om de eigen bevolkingsomvang terug op pijl te brengen: een Europa van law and order.

Reacties

Creative Commons-Licentie
Na de val: een Europees keizerrijk? van Mathijs Koenraadt is in licentie gegeven volgens een Creative Commons Naamsvermelding-NietCommercieel-GeenAfgeleideWerken 4.0 Internationaal-licentie.