Olie voor immigratie

De gevolgen van de Resolutie van Straatsburg

Islam in Europa: verhuis beter naar Oost-Europa, Finland, IJsland en Ierland

Afbeelding: Islam in Europa: verhuis beter naar Oost-Europa, Finland, IJsland en Ierland

De beruchte Resolutie van Straatsburg van 7 juni 1975, aangenomen door de toenmalige Europese Economische Gemeenschap (EEG), verkocht de open grenzen van het Europese continent in ruil voor olie aan de Arabieren. Zodoende verruilde de EEG de toekomst van alle (huidige) vijfhonderd miljoen autochtone Europeanen voor die van moslimse migranten.

De Resolutie werd afgedrukt in het tijdschrift Eurabia nr. 2, van juli 1975, en werd in meerdere talen uitgegeven door de pro-Arabische lobbyclub European Coordinating Committee of Friendship Societies with the Arab World (adres hier), geleid door Lucien Bitterlin. De Franstalige versie werd al eens eerder opgerakeld door wijlen islamcritica Oriana Fallaci, maar bij deze eindelijk ook een Nederlandse vertaling.

Geschiedenisles

Historische documenten dienen in de juiste context te worden begrepen. Door de snelle economische wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog steeg de Europese vraag naar olie. Die groei dreigde te eindigen met de oliecrisis van 1973, twee jaar voor de Resolutie werd aangenomen. Over die periode schreef de Volkskrant in 2000 het volgende:

“Nederland zong ‘Kiele, kiele Koeweit’ en Wim Kan bespeurde in zijn oudejaarsconference kamelen op het behang. Het was 1973. De wereld ging ook toen gebukt onder een oliecrisis. In Nederland leek het leed dubbel hard, want we hadden ook nog eens te kampen met een heuse olieboycot. De Arabische staten vonden onze pro-Israëlische standpunten zo onduldbaar dat de oliekraan zonder pardon werd dichtgedraaid.”

We werden politiek gechanteerd en zongen er spontaan liedjes bij. Om het volk koest te houden, verkochten politici de oliecrisis met ‘autovrije zondagen’, want wat was het toch leuk dat kinderen op snelwegen mochten rolschaatsen. Maar Arabieren hadden door dat ze hun olie als wapen konden inzetten om pro-Israëlische, voornamelijk West-Europese regeringen op de knieën te dwingen. 

Door de dekolonisatie van Noord-Afrika en het Midden-Oosten waren Europeanen hun macht kwijtgeraakt, en dus ook hun controle over de olieaanvoer. Bovendien beschikte Amerika, dat als winnaar uit de oorlog was gekomen, over het sterkste leger. Dus waren Europeanen de klos. Als we onze economieën nog langer wilden laten draaien, dan moesten we voortaan verregaande culturele, economische en politieke invloed van de Arabieren accepteren. 

En zo is het gekomen dat Europeanen al meer dan vijftig jaar lang voorover bukken voor olie. De massa-immigratie vanuit voornamelijk moslimlanden, de gebrekkige integratie van de nieuwkomers, de multiculturele media-propaganda, de islamitische enclaves in Europese steden, de juridische schaduwmaatschappijen tot sharia-rechtbanken aan toe… Het is geen toeval, maar staat allemaal in subtiele bewoordingen beschreven in deze Resolutie van 1975.

Opmerkingen bij de Nederlandse vertaling

De Resolutie beslaat drie onderdelen. Het eerste onderdeel, het politieke stuk, slaat een arrogante toon aan en dicteert alle Europese overheden hoe ze met Israël en de Palestijnen moeten omgaan. De vertegenwoordigers van de Arabische wereld eisen onder andere dat Israël zich uit alle bezette ‘Palestijnse’ gebieden terugtrekt als voorwaarde voor vrede. Dit blijkt ook anno nu het EU-standpunt.

In het tweede onderdeel, het culturele stuk, legt de Arabische lobby haar eisen voor de verregaande kolonisatie van Europa op. Europese overheden moeten Arabische cultuur en taal actief verspreiden en promoten. Die zou grootse bijdragen aan Europese beschaving hebben geleverd. Tegelijkertijd is enige kruisbestuiving niet gewenst, want het stuk veroordeelt alle joods-Israëlische invloed op het Midden-Oosten. Europese media doen vandaag inderdaad niets anders dan Arabische cultuur verheerlijken.

Het derde en laatste stuk bevat het economisch dreigement dat de Arabische wereld voortaan ten eerste zelf wel bepaalt wat ze met haar grondstoffen doet (lees: wel of niet aan Europeanen verkoopt) en ten tweede dat petrodollars voor verdere Arabische ontwikkeling moeten worden aangewend. De huidige EU voert de resolutie dan ook kritiekloos uit.

Tussen haakjes [] heb ik hier en daar eigen commentaar toegevoegd.


De Resoluties van Straatsburg

De Parlementaire Vereniging voor Euro-Arabische Samenwerking bestaat uit meer dan 200 leden van West-Europese parlementen van zeer uiteenlopende politieke stromingen. Bij haar Algemene Vergadering in Straatsburg van 7 op 8 juni [1975] nam de Parlementaire Vereniging de volgende resoluties unaniem aan:

1. Slotresolutie van het politieke comité

De Algemene Vergadering van de Parlementaire Vereniging voor Euro-Arabische Samenwerking roept Europese overheden op terstond initiatieven te nemen die de terugtrekking van Israël uit alle in 1967 bezette gebieden zullen helpen veiligstellen.

Een dergelijk terugtrekken wordt geïmpliceerd door Resolutie 242 en vereist door Resolutie 338 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties en de principes van Internationaal Recht, die het met geweld verwerven van grondgebied categorisch verbieden.

De Vereniging benadrukt dat er geen rechtvaardige en duurzame vredesregeling kan zijn zonder erkenning van de nationale rechten van het Palestijnse volk. Er is al een bijna unanieme aanvaarding van dit principe door de Internationale Gemeenschap geweest, die Israël ook moet gaan accepteren.

De hele Arabische wereld heeft besloten dat de PLO [Palestine Liberation Organization, de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie] de enige vertegenwoordiger van de Palestijnse natie is en dat deze beslissing door een overweldigende meerderheid van de landen die de Verenigde Naties representeert is bekrachtigd.

De Parlementaire Vereniging verzoekt de Europese overheden met klem om dit fundamentele punt te erkennen in de initiatieven die zij nu zouden moeten nemen.

Ten eerste zouden zij Israël moeten oproepen om de onteigening en inbeslagname van Arabisch eigendom in Israël en de bezette gebieden te stoppen. In het bijzonder moet Israël het proces van “judaïsering” van Jeruzalem beëindigen, wat het op illegale wijze heeft geannexeerd, alsook de bouw van Joodse nederzettingen in de bezette gebieden. [Omgekeerd is onze islamisering geen probleem en bouwen we Europa rustig vol met moskeeën, al meer dan 500 in Nederland.]

Ten tweede zouden Europese overheden alle geïnteresseerde partijen, inclusief Israël en de PLO, rond de vergadertafel moeten proberen krijgen, voor zover dat mogelijk is binnen de context van de Conferentie van Genève. Europa zou zelf, hetzij door middel van haar lidstaten, hetzij door middel van de EEG, een waardevolle rol in zo’n conferentie kunnen spelen indien verzocht om dit te doen. Het zou redelijk zijn te verwachten dat alle betrokkenen tijdens de duur van de onderhandelingen geen toevlucht tot militaire actie nemen.

Ten derde zouden zij zowel bij de Israëli’s als bij de PLO moeten aandringen discussie aangaande ultieme oplossingen op te schorten en zich te richten op de onmiddellijke en praktische taak om een modus vivendi te vinden die vereist dat Israël de rechten van de Palestijnse natie en van het bestaan van een Palestijnse staat op de Westbank van Gaza accepteert, als de Palestijnen besluiten er een te stichten, en wederkerig de acceptatie van het bestaan van Israël binnen haar grenzen van 1967.

Tot slot zouden Europese regeringen bij alle betrokkenen moeten aandringen op het cruciale belang van een effectieve vredeshandhavingsmachinerie en zouden akkoord moeten gaan om zelf een actieve rol in zulke regelingen te spelen.

De Parlementaire Vereniging erkent het probleem dat wordt veroorzaakt door het feit dat sommige media en uitgeverijen nalatig zijn om feiten over de Arabische wereld te verspreiden en is voornemens haar invloed te gebruiken om dit probleem te overwinnen. [Hier roept de Resolutie op tot het soort pro-Arabische propaganda dat we in Nederland inmiddels al tientallen jaren gewend zijn van de Volkskrant, het NOS-journaal en de vele linkse uitgeverijen.]

De Parlementaire Vereniging erkent de gedane hulp om het begrip van de Arabische kwestie en de groeiende sympathie ervoor in West-Europa te vergroten door de liberaliseringsmaatregelen die in verschillende Arabische landen werden genomen en door de gemakkelijkere toegang door de nieuwsmedia, zakenlui en andere bezoekers uit Europa.

De Vereniging roept alle Europese overheden op tot het verbeteren van wettelijke bepalingen aangaande vrij reisverkeer en het beschermen van de fundamentele rechten van immigrantenarbeiders in Europa, die gelijk zouden moeten zijn aan die van de burgers van de betreffende landen.

De Vereniging is van mening dat het politieke akkoord omtrent het Israëlisch-Arabische conflict [dus niet alleen het Palestijnse!] een absolute noodzaak is voor de oprichting van een oprechte Euro-Arabisch samenwerking. Desalniettemin is de Vereniging van mening dat het politieke aspect van de samenwerking zich niet tot slechts dit punt beperkt, en heeft bijvoorbeeld de vrije circulatie van ideeën en mensen in de wereld in gedachten als randvoorwaarde voor de vredeshandhaving, ter ondersteuning van vrijheid, en in het bijzonder voor een harmonieuze ontwikkeling van samenwerking tussen West-Europa en de Arabische naties. [De Arabieren eisen letterlijk onbeperkte immigratie, namelijk “vrije circulatie van mensen”, in ruil voor een “harmonieuze samenwerking”, oftewel olie.]

De Vereniging gelooft dat de vooruitzichten van langdurige Euro-Arabische samenwerking op alle vlakken nog nooit zo gunstig zijn geweest, maar dat ze afhangen van een vredesregeling gebaseerd op rechtvaardigheid in het Midden-Oosten.

2. Slotresolutie van het culturele comité

De Algemene Vergadering van de Parlementaire Vereniging voor Euro-Arabische Samenwerking, bijeengekomen in Straatsburg op 7 juni 1975, hebbende overwogen de culturele resoluties aangenomen door de voorbereidende conferentie voor Euro-Arabische parlementaire samenwerking, gehouden in Damascus van 12 tot 17 november 1974, die de huidige resolutie bevestigt,

  • is ervan overtuigd dat significante uitkomsten op het culturele vlak van de Euro-Arabische dialoog haalbaar zijn;
  • erkent de historische bijdrage van Arabische cultuur aan Europese ontwikkeling;
  • benadrukt de bijdrage die Arabische cultuur nog steeds aan Europese landen kan geven, in het bijzonder op het vlak van menselijke waarden [Europeanen moesten zich eens verdiepen in de humane sharia-wetgeving…];
  • betreurt dat de culturele betrekkingen tussen Europese en Arabische landen nog steeds infrequent en beperkt in omvang zijn;
  • betreurt de relatieve verwaarlozing van het onderwijzen van Arabische cultuur en het Arabisch in Europa betreurt en kijkt uit naar zijn ontwikkeling [dit is een verkapte oproep tot de islamisering/Arabisering van Europa];
  • hoopt dat Europese overheden Arabische landen zullen helpen om de middelen te creëren nodig voor de deelname van immigrantenarbeiders en hun families aan Arabische cultuur en een Arabisch religieus leven [gastarbeiders moeten vooral niet assimileren, maar Arabier blijven];
  • vraagt de Europese pers een gevoel van verantwoordelijkheid te tonen, zodat zij de publieke opinie objectief en meer volledig over de problemen van de Arabische wereld informeert [oproep tot pro-Arabische propaganda];
  • erkent de belangrijke rol die vriendschapsgroepen en toerisme kunnen spelen in het verbeteren van wederzijds begrip.

[De Vereniging] roept de Negen overheden op het culturele aspect van de Euro-Arabische dialoog op constructieve wijze aan te pakken en het populair maken van Arabische cultuur in Europa een hogere prioriteit te geven. 

[De Vereniging] roept Arabische overheden op om de politieke effecten van actieve samenwerking met Europa te erkennen.

[De Vereniging] nodigt haar nationale groepen uit om de inspanningen nodig in ieder land om het in Damascus en vandaag in Straatsburg voorgestelde doel te bereiken te vergroten en vraagt hem om het Secretariaat over de behaalde resultaten te informeren.

Gezien het schadelijke effect van de politieke situatie op de Palestijnse ontwikkeling, 

  • veroordeelt [de Vereniging], terwijl het Israëls bestaansrecht erkent, de Zionistische intentie om op Palestijnse grond Arabische door Joodse cultuur te vervangen om het Palestijnse volk van haar nationale identiteit beroven [Europa moet multicultureel worden, maar Arabische landen moeten Arabisch blijven!];
  • van mening zijnde dat Israël, bij het uitvoeren van opgravingen binnen de heilige plaatsen van Islam in bezet Jeruzalem, ondanks UNESCO-waarschuwingen internationaal recht heeft geschonden;
  • van mening zijnde dat deze opgravingen enkel de onvermijdelijke vernietiging van bewijs van Arabische cultuur en geschiedenis teweeg kan brengen;
  • betreurt zij dat UNESCO’s beslissing om Israël niet in haar Europese Regionale Groep op te nemen soms met een groot gebrek aan objectiviteit is uitgebuit.

3. Slotresolutie van het economische comité

De Algemene Vergadering van de Parlementaire Vereniging voor Euro-Arabische Samenwerking bevestigt het nut en de noodzaak van een innige economische samenwerking tussen Europa en de Arabische Wereld in het belang van hun volkeren.

De Vergadering uit haar ongenoegen over de trage voortgang in de Euro-Arabische dialoog en is bezorgd over op politieke motieven gebaseerde gebeurtenissen die in het verloop van de afgelopen maanden de Euro-Arabische samenwerking hebben bewapend, namelijk het opzetten van het International Energy Agency en de handtekening op een akkoord tussen de EEG en Israël, voordat onderhandelingen tussen de EEG en Arabische landen zijn voltooid. In dit verband dringt [de Vergadering] erop aan dat de economische samenwerking tussen de EEG en Israël niet op de bezette gebieden van toepassing mag zijn [intussen lopen geüniformeerde moslims door onze supermarkten om op ‘joodse’ producten te controleren].

De Vergadering is van mening dat er geen belangenconflict bestaat Europa en Arabische landen, op voorwaarde dat het mercantilistische stadium wordt achtergelaten en een oprecht economisch partnerschap kan worden aangegaan. Dit is het uitgangspunt vanwaaruit het probleem van de te recyclen petrodollars het best kan worden opgelost. Deze petrodollars zouden boven alles moeten worden gebruikt ten behoeve van Arabische ontwikkeling [in Europa dus].

De Vergadering vestigt de aandacht op de rol en status van multinationale bedrijven en het potentiële gevaar dat van sommige van hun activiteiten uitgaat. Het drukt de hoop uit dat stappen worden genomen om deze gevaren te vermijden.

De Vergadering benadrukt het recht van iedere natie om haar eigen nationale hulpbronnen naar eigen inzicht aan te wenden, inclusief het recht van nationalisatie. [Nationalisatie betekent onttrekking aan de vrije markt, dus zullen Europeanen voortaan aan de politieke eisen van de Arabieren moeten voldoen om nog langer olie te kunnen bemachtigen.]

De Vergadering drukt haar wil uit om alles in haar kunnen te doen om Euro-Arabische samenwerking op nationaal niveau te promoten, binnen de EEG en met behulp van internationale organisaties.

Reacties

Creative Commons-Licentie
Olie voor immigratie van Mathijs Koenraadt is in licentie gegeven volgens een Creative Commons Naamsvermelding-NietCommercieel-GeenAfgeleideWerken 4.0 Internationaal-licentie.