Asscher en de Joodsche Raad

Op zoek naar eerherstel of eerwraak?

Abraham Asscher (1942) uit Collectie Atlas Dreesmann

Afbeelding: Abraham Asscher (1942) uit Collectie Atlas Dreesmann

Sinds de dag dat Lodewijk Asscher, nu lijsttrekker voor de Partij van de Arbeid, als 27-jarige zitting nam in de Amsterdamse gemeenteraad heeft hij een spoor van financiële verwoesting achtergelaten.1 Alles wat hij aanraakte veranderde in puin, maar telkens promoveerde hij net op tijd om zich niet voor de gevolgen te hoeven verantwoorden.2 Wat drijft Asschers verwoestingsdrang?

Niet Joods

In een interview met Esther Voet voor het Nieuw Israëlietisch Nieuwsblad gaf Asscher zijdelings iets van zijn verborgen emotionele pijn bloot:

“Kijk, ik ben helemaal niet Joods. Ik heb wel een Joodse achtergrond, het is deel van mijn identiteit […] maar ik heb door de specifieke geschiedenis van de Joodsche Raad dubbele voorzichtigheid om over mijn achtergrond te praten. Dat is een gevoeligheid die ik tot diep in mijn vezels voel. […] Veel mensen hebben nog altijd verdriet als ze de naam Asscher horen. ”3

Over dat verdriet kunnen veel Amsterdammers meepraten. Onder Asschers toeziend oog als Wethouder van Financiën verdween van 2006 tot 2012 meer dan 500 miljoen Euro aan uitgaven in een bodemloze put die niemand kan verantwoorden. De accountant wilde niet eens een verklaring voor de Amsterdamse boekhouding afgeven.

De eindstand? Een loopbaan vol loze beloften en een miljardenschade voor de burger. De belastingbetaler krijgt de rekening.4 Maar wat bedoelde Asscher te zeggen met zijn verwijzing naar de “specifieke geschiedenis van de Joodsche Raad”?

De Joodsche Raad

De Joodsche Raad werd volgens de ene lezing in 1941 op bevel van de Duitse bezetter opgericht naar een model dat SS-Obersturmbannführer Adolf Eichmann eerder in Oostenrijk had uitgekiend. Het zou Eichmanns doel zijn geweest om Joden medeplichtig te maken aan hun eigen ondergang: “Joden bemanden zelf het front-office van wat de Endlösung bleek te zijn.”5

Maar volgens een andere lezing richtte de overgrootvader van Lodewijk Asscher, Abraham Asscher (1880-1950), de Raad samen met professor David Cohen, de opa van Rob Oudkerk, uit eigen initiatief op, dus niet op Duits bevel. “Sterker nog,” schrijft journalist Hans Knoop, “voor zover er documenten zijn, bewijzen ze de onjuistheid van deze hardnekkige bewering.”6

Na de oorlog zouden veel Nederlandse Joden de beide voorzitters Asscher en Cohen tot verraders en collaborateurs bestempelen. Misschien wel om de volgende reden:

“De voorzitters namen in mei 1943 de verantwoordelijkheid op zich voor de samenstelling van de gevraagde lijst [te deporteren Joden], zeer tegen hun wil en in het besef van de vreselijkheid van de tot hen gerichte eis. De historicus stelt vast, dat op die lijst van 7000 twee namen niet voorkwamen: die van Asscher en Cohen.”7

Abraham Asscher ontsnapte zijn eigen deportatie echter niet en werd in 1943 weggevoerd naar Bergen-Belsen. Hij overleefde de oorlog per toeval. Professor Cohen verdween datzelfde jaar naar het concentratiekamp in Theresienstadt en overleefde eveneens. Maar de vele Joodse mensen die ze op hun lijst hadden gezet overleefden het niet. Dat rekenen veel mensen hen nog steeds aan:

“Een vorm van collaboratie, volgens velen, en dat was des te bedenkelijker omdat het joodse proletariaat het eerst zou zijn geofferd, de gegoede joden pas daarna en vrienden van de Raad pas op het laatst. De elite had zijn huid proberen te redden over de rug van de gewone joodse man’.”8

Abraham Asscher zou geprobeerd hebben om eerst de ‘beste’ Joden te redden. Zij moesten na de oorlog een nieuwe gemeenschap stichten. De ‘mindere’ Joden betaalden er met hun levens voor.9 Hans Knoop bevestigt dit: “[Asscher] ziet zichzelf daarin als een generaal die soldaten moest offeren om het officierskorps voor na de oorlog te behouden. Hij ging daar zelfs prat op.”10

60.000 Amsterdamse Joden overleefden de oorlog niet. De Joodsche Raad speelde daarin een grote rol. Asscher en Cohen stuurden deportatiebrieven naar Amsterdamse Joden en riepen hen in Het Joodsche Weekblad op om te gehoorzamen. Hierdoor bereikten de deportaties in Nederland een veel hogere mate van perfectie dan elders in Europa.11

De Nazi’s wisten bovendien dat ze elitaire mannen als Asscher en Cohen goed konden gebruiken. Nadat beide heren eerst heftig tegen de versnelde deportaties hadden geprotesteerd—vanaf 26 Juni 1942 precies 800 Joden per dag—gaven ze hun verzet vrij snel op, op voorwaarde dat de Duitsers met bepaalde uitzonderingen akkoord zouden gaan:

“Dit paste perfect bij het Duitse denken: zij hadden uit ervaring geleerd dat zolang één groep Joden geloofde dat zij immuun waren [voor deportaties], dan zouden zij gewillig meehelpen een andere groep te verwijderen, iets wat de bezetter een grote hoeveelheid mankracht en inspanningen bespaarde, terwijl het tegelijkertijd de schijn van orde bewaarde.”12

Dat is precies wat er gebeurde: elitaire Joden als Abraham Asscher en David Cohen redden eerst zichzelf, daarna pas het klootjesvolk.

Gestigmatiseerd

Gezien het stigma rond de achternaam Asscher is het niet vergezocht te stellen dat Lodewijk als jongen in een klimaat van verachting opgroeide. Als kind, tiener en volwassene werd hij vanwege zijn collaborerende overgrootvader ongetwijfeld scheef aangekeken—met name door andere Joden. In het interview met Esther Voet lijkt hij het volgende dan ook te menen:

“In die zin kan ik me heel goed voorstellen dat je als brave huis-tuin-en-keukenmoslim, die misschien helemaal niets met het geloof doet maar daar wel steeds op wordt aangesproken, je sterker met die identiteit verbonden gaat voelen.”13

Lodewijk leeft, omdat zijn overgrootvader Abraham overleefde, terwijl vele andere Joden door diens toedoen moesten sterven. Op een kromme manier kan lijsttrekker Lodewijk zich dus prima met onderdrukte minderheden identificeren, omdat hij ook zijn eigen jeugd zo heeft ervaren. Wordt Asscher in zijn verwoestingsdrang dan soms gedreven door een minderwaardigheidscomplex? Of door wraakgevoelens?

Overgrootvader Abraham en Cohen hebben na de oorlog altijd volgehouden dat hun intenties toch goed waren geweest. Dat is een geluid dat we bij achterkleinzoon Lodewijk terugvinden. Lodewijk Asscher maakt de mooiste beloftes met de beste bedoelingen, dus wat maakt het nou uit dat hij stad en land in as legt? Zijn intenties zijn toch goed?

Hierachter gaat een staaltje emotionele blindheid schuil die een man voor het hoogste politieke ambt diskwalificeert.

De PvdA

Wat dat betreft is de PvdA anno nu ook een soort Joodse Raad geworden. Dit keer werken de regenten samen met de islam om de autochtone bevolking te vernietigen. De PvdA weet: zolang één groep autochtonen—de rijken—denkt immuun te mogen blijven voor islamisering, zal zij gewillig meewerken om het klootjesvolk op te ruimen.

Dat verklaart het gedrag van Volkskrantjournalisten, linkse professoren en PvdA-Kamerleden. Door met de islamitische vijand te collaboreren hopen ze hun eigen hachje te redden. Laten we deze verraders daarom preventief met pek en veren het land uit jagen. Eigen volk eerst.


1 Arno Wellens, “Het Lijk van Lodewijk: waarom stemmen in Amsterdam geen zin heeft”, 925.nl, maart 2014, http://925.nl/archief/2014/03/18/het-lijk-van-lodewijk-waarom-stemmen-in....
2 Jelte Wiersma, “Asschers spoor van mislukkingen: steeds net op tijd vertrokken”, Elsevier.nl, 9 december 2016, http://www.elsevier.nl/nederland/article/2016/12/asschers-spoor-van-misl....
3 Esther Voet, “Interview Lodewijk Asscher”, Nieuw Israëlietisch Weekblad, 7 december 2015, https://www.niw.nl/interview-lodewijk-asscher-227/.
4 Redactie, “Beerput bij Gemeente Amsterdam - de cijfers (1)”, 925.nl, oktober 2012, http://925.nl/archief/2012/10/09/beerput-bij-gemeente-amsterdam-de-cijfe....
5 Raymond Schütz, “Was de Joodsche Raad fout?” (Den Haag: Open Joodse Huizen, mei 2014), 4.
6 Hans Knoop, “Joodsche Raad was privé-initiatief; Abraham Asscher voelde zich de „burgemeester’ van joods Amsterdam”, NRC Handelsblad, 26 februari 1992, https://www.nrc.nl/nieuws/1992/02/26/joodsche-raad-was-prive-initiatief-....
7 Schütz, “Was de Joodsche Raad fout?”, 3.
8 Ibid.
9 Melvyn Conroy, red., The Terrible Choice: Some Contemporary Jewish Responses to the Holocaust (JewishGen, 2006), sec. Abraham Asscher & David Cohen, http://www.jewishgen.org/yizkor/terrible_choice/Terrible_Choice.html.
10 Paul Damen, “Instrument van de nazi’s”, Nieuw Israëlietisch Weekblad, mei 2015, https://www.niw.nl/instrument-van-de-nazis889/.
11 Deborah Dwork en Robert-Jan Van Pelt, “The Netherlands”, in The World Reacts to the Holocaust (JHU Press, 1996), 59.
12 David Cesarani, Final Solution: The Fate of the Jews 1933-1949 (Pan Macmillan, 2016), 559.
13 Voet, “Interview Lodewijk Asscher”.

Reacties

Creative Commons-Licentie
Asscher en de Joodsche Raad van Mathijs Koenraadt is in licentie gegeven volgens een Creative Commons Naamsvermelding-NietCommercieel-GeenAfgeleideWerken 4.0 Internationaal-licentie.