De weg naar zelfbestuur

De mens en zijn lange klim van lijfeigenschap naar vrijheid

De dochters van de farao (1886) door Edwin Long

Afbeelding: De dochters van de farao (1886) door Edwin Long

Sinds de dag dat de mens uit de wildernis ontwaakte, heeft hij over de vraag lopen peinzen hoe met anderen in een samenleving te leven. Wat we vandaag samenleving noemen dook meer dan vijfduizend jaar geleden op in het oude Mesopotamië,1 het gebied gelegen tussen de rivieren Eufraat en Tigris in huidig Irak.

Maar afgezien van snelle ontwikkelingen op het gebied van wetenschap en technologie zijn de basispijlers van beschaving vrij weinig veranderd. Net als de oude Soemeriërs, Akkadiërs en Babyloniërs vertrouwen hedendaagse samenlevingen op landbouw, veehouderij, kinderonderwijs, het bouwen van steden en het plannen van economieën. Duizenden jaren lang heeft het vooruitzicht van drank en vrouwen jonge mannen verleid om in de grote stad te komen werken2 waar regerende families ofwel hun arbeid zouden uitbuiten, ofwel bij gelegenheid een mannenoverschot zou wegsturen om in oorlogen te vechten.

In tegenstelling tot ons democratische tijdperk heersten oude koningen en farao’s vroeger over hun onderdanen als hun bezit. Heersende families rechtvaardigden hun geprivilegieerde levens vaak door een of andere goddelijke afstamming te veinzen. Gilgamesj, heerser van de Soemerische stad Uruk, geloofde dat hij een halfgod was.3 Koning Hammurabi van Babel beweerde dat God hem had uitgekozen als “Herder der Verlossing” om zijn volk te besturen.4 Lang voor het Christendom de deuren van de hemel voor alle gelovigen openzette behielden de oude Egyptenaren de wedergeboorte van een overledene in het hiernamaals aan leden van welvarende families voor.5

In een tijd dat sommige verveelde Egyptische koningen zin hadden in feestjes met harems maagdelijke meiden gekleed in visnetten6 werden gewone mensen wijsgemaakt dat ze “uit klei waren vervaardigd met slechts één doel: om de goden te dienen door hen van drinken, voedsel en onderdak te voorzien, zodat zij hun vrije tijd aan hun goddelijke bezigheden konden besteden.”7

De geschiedenis laat zien dat bestuurselites, bovenklassen en anderen zelfverklaarde royalty altijd makkelijk in staat waren om zichzelf te verrijken door de goedgelovigheid van hun onderdanen te misbruiken. En net als Gilgamesj en Hammurabi praktiseren de rijkste leden van onze eigen samenlevingen deze donkere kunst van goddelijke zelfverheerlijking nog steeds, omdat mensen er nog steeds intrappen.

Vanachter fluwelen koorden pronken BN’ers hun faraonische persoonlijkheden voor hysterische menigten gewone stervelingen die hopen een glimp van de hemel op te vangen. Sommige Amerikaanse kapitalisten, bijvoorbeeld, verwijzen naar zichzelf als job creators, banenscheppers, een schaamteloze poging om zich met Gods scheppende macht te vereenzelvigen.8

In de laatste paar eeuwen zijn dingen echter begonnen te veranderen. Een steeds hoger opgeleide en mondige burgerbevolking doet afstand van haar dienstbaarheid aan machtige rijken. Een collectief zelfbewustzijn heeft in de geesten van gewone mannen en vrouwen wortel geschoten, die hen wegdrijft uit lijfeigenschap en slavernij. Los geworsteld van autocratische heerschappij eisen ‘s werelds democratische volkeren hun eerlijke deel van vooruitgang en welvaart op.

Voor het eerst in de geschiedenis doet het volk ertoe. Op hen neergekeken als boeren, plebs, proletariaat, hoi polloi, de massa’s en de menigten hebben mensen zich nu ofwel met succes op gelijke voet geplaatst met hen die zij geschikt achten om te regeren, ofwel zijn ze actief bezig zij die ze ongeschikt vinden af te zetten. Als mensen van het moderne tijdperk verwachten ze dat hun behoeften worden voldaan, hun stem wordt gehoord en dat hen het onvervreemdbare recht op een waardig en betekenisvol leven wordt gegund.

Nooit eerder hebben zoveel mensen hun ogen geopend voor de waarheid dat koningen, farao’s en ayatollahs nooit Gods afgezanten waren, maar slechts mensen gedreven door een misleidingsdrang. Tot frustratie van deze kaste parasieten zijn gewone mensen hun gelijkwaardigheid aan elkaar gaan herkennen en omarmen, terwijl ze de oneerlijke verdeling van welvaart, macht en status tussen welke groep mensen dan ook zijn gaan verwerpen.

Sinds de Tweede Wereldoorlog heeft een progressieve beweging die ernaar streeft gelijke behandeling en eerlijke rechtspraak voor iedereen te bewerkstelligen aanzienlijk momentum opgebouwd. Deze beweging heeft de eigenlijke betekenis van het begrip samenleving al veranderd. Niet langer verwachten mensen als schapen voor hun herders te leven, maar als vrije individuen onder gelijken.

Maar de progressieve beweging representeert maar een deel van de het hele verhaal. Pas met de uitvinding van het kapitalisme kon de middenklasse de economische middelen verwerven om zich van zijn slavenmeesters te bevrijden. Enkel door haar economische onafhankelijkheid kon de ontluikende middenklasse vervolgens de armen uit armoede verheffen, alsook de macht die heersende klassen over hen konden hanteren inperken.

De overgang van lijfeigenschap naar vrijheid is verre van volledig. Zelfs in moderne democratieën blijft het volk afhankelijk van bureaucratische overheden en gekozen ambtenaren die vermoedelijk dag en nacht voor onze belangen zouden werken. Doen ze dat echt? En waarom kunnen we niet zonder hen? Dankzij hun economische afhankelijkheid zijn de middenklassen nu gepositioneerd om hun overheid op te geven ten gunste van zelfbestuur.

Met behulp van hedendaagse internet- en communicatietechnologieën zouden ‘s werelds middenklassen de middelen om zich van de overheid los te breken al moeten bezitten. En als het volk nu handelt dan zal deze volgende stap in de evolutie van beschaving niet nog eens vijfduizend jaar hoeven duren.


1 Yuval Noah Harari, Sapiens: A Brief History of Humankind (Vintage Cookery Books, 2015), hfdst. 7: Memory Overload.
2 Morris Jastrow en Albert T. Clay, An Old Babylonian Version of the Gilgamesh Epic: On the Basis of Recently Discovered Texts (New Haven: Yale University Press, 1920), 19–20.
3 N.K. Sanders, The Epic of Gilgamesh (Assyrian International News Agency, 2016), hfdst. Prologue, http://www.aina.org/books/eog/eog.htm.
4 Chilperic Edwards, The Hammurabi Code and the Sinaitic Legislation (London: Watts & Co, 1904), 73.
5 Samuel A.B. Mercer, The Pyramid Texts (Library of Alexandria, 2013), 2–3.
6 W.M. Flinders Petrie, Egyptian Tales: Translated from the Papyri (First Series: IVth to XIIth Dynasty), 2de ed. (London: Methuen & Co, 1899), 17, https://archive.org/details/egyptiantalestr00elligoog.
7 Diane Wolkstein en Samuel Noah Kramer, Inanna, Queen of Heaven and Earth: Her Stories and Hymns from Sumer, 1ste ed. (New York: Harper & Row, 1983), 123, https://archive.org/details/input-compressed-2015mar28a29.
8 Evan Horowitz, “Trump vows to be ‘greatest jobs producer that God ever created’ - The Boston Globe”, BostonGlobe.com, geraadpleegd 25 januari 2017, https://www.bostonglobe.com/business/2017/01/11/trump-vows-greatest-jobs...JRCHmS7Vfe9zVnvacwXnPN/story.html.

Reacties

Creative Commons-Licentie
De weg naar zelfbestuur van Mathijs Koenraadt is in licentie gegeven volgens een Creative Commons Naamsvermelding-NietCommercieel-GeenAfgeleideWerken 4.0 Internationaal-licentie.