De zelfhaat die Kip Kinkel deed ontsporen

Een tragedie op Thurston High School

Op 21 mei 1998 schoot de vijftienjarige Kip Kinkel zijn beide ouders dood. Hij reed per auto door naar zijn school en opende het vuur op zijn klasgenoten. Voordat de politie hem overmeesterde, doodde hij twee leerlingen en verwondde er 25. De zoektocht naar zijn ware motieven begint met de afscheidsbrief die hij na de moord op zijn ouders achterliet: “Ik ben een verschrikkelijke zoon. Ik wilde dat ik geaborteerd was. Ik maak alles kapot wat ik aanraak. Ik kan niet eten. Ik kan niet slapen. Ik verdiende [mijn ouders] niet.”1 Klaarblijkelijk voelde hij zich al ver voor zijn geweldsuitbarsting een uitzonderlijk minderwaardig mens, maar waarom?

Prestatiedruk

Kip leed onder de onophoudelijke prestatiedruk van zijn vader, die zijn zoon tot een succesvolle tennisatleet en academische superster wilde omvormen door hem dagelijks te conditioneren. Hij zou zijn zoon bijna iedere dag bekritiseren om zijn fouten, zijn verachting over Kips slechte prestaties uitspreken of zijn zoon de huid vol schelden wanneer het Kip niet lukte aan het door zijn vader gewenste ideaalbeeld te voldoen. Ondanks zijn hoge IQ worstelde Kip met een vorm van dyslexie en had daardoor leerproblemen.2 Zijn moeder zag voor haarzelf derhalve een taak weggelegd om hem tot ’s avonds laat urenlang bijlessen te geven. Ze raakte daar zelf zo vermoeid van dat collega’s van haar werk haar adviseerden om ermee te stoppen.3 Kips moeder hield echter vol en ontnam daarmee al zijn vrije tijd.

Kip leefde als lijfeigene in het regime van twee onderdrukkende ouders. Ondanks dat ze alles in werking stelden om Kip te ‘verbeteren’, hielp niets. Hij kon simpelweg niet de jongen worden die zijn ouders wilden dat hij was. Carol Anne Davis onderzocht de zaak Kinkel in haar boek Kinderen die doden en komt tot een verhelderend inzicht:

“Relatief rijke kinderen zoals Kip worden door velen als fortuinlijk gezien—maar de realiteit is dat wanneer hun families hen tot zondebok maken niemand tussenbeide komt. Uiteindelijk breekt het kind onder de druk en wordt gek, en op dit punt zweren het medische systeem en de ouders met elkaar samen om te zeggen dat de gekte al in het kind zat. Als hij of zij in plaats daarvan—of later—slecht wordt, dan verschijnt de lange arm van de wet op het toneel om het kind zijn veronderstelde slechtheid te vinden. Niemand kijkt naar de ware oorzaak.”4

Niemand kijkt naar de ware oorzaak. Kip leed zo erg onder de vernederingen door zijn ouders dat hij als tiener meerdere psychische stoornissen ontwikkelde, waaronder het horen van stemmen in zijn hoofd. Op aandringen van zijn moeder ging hij daarop in therapie. Psycholoog Jeffrey Hicks beschrijft de sessie waarin Kip, voor het eerst in zijn leven, een volwassene zijn kant van het verhaal durft te geven:

“[Kip] meldde dat zijn moeder hem ziet als een ‘goede jongen met wat slechte gewoonten’ terwijl zijn vader hem ziet als ‘een slechte jongen met slechte gewoonten.’ […] Wanneer gevraagd met wie hij over zijn persoonlijke problemen kan praten, noemt hij zijn vrienden en, in mindere mate, zijn moeder. Hij kan zijn gevoelens niet met zijn vader bespreken uit angst dat [zijn vader] kwaad op hem wordt. Hij heeft het gevoel dat hij weinig met zijn ouders gemeen heeft en vindt het moeilijk om met hen te praten.”5

Inderdaad had Kip niets met zijn ouders gemeen: zij waren strebers op zoek naar sociale status, terwijl hij volgens zijn oudere zus een zachtaardige, gevoelige jongen was.6

Een meest verwoestende ideologie

Het idee dat mensen ter wereld komen als tabula rasa, als ongeschreven blad dat maatschappij en opvoeders naar hun evenbeeld kunnen inkleuren, klopt gewoonweg niet. We kunnen onze persoonlijke entertainmentcultuur, eetgewoonten of kunstvoorliefde vrij kiezen, maar de persoonlijkheden van mensen kunnen we niet in een gewenst eindresultaat kneden zonder grove schade aan te richten. Wat menselijke waarde aangaat, is de idee van de maakbare mens, en dus van het maakbare kind, de meest verwoestende ideologie in onze tijd.

Tijdens de rechtszaak tegen Kip verklaarden vier psychologen onafhankelijk van elkaar over de moeizame relatie die hij met zijn ouders had. Uit alles blijkt dat hij in constante angst leefde om fouten te maken—op school, bij het sporten, thuis—omdat het zijn ouders telkens ontzettend boos maakte. Ze lieten geen kans onbenut om zijn karakter, zijn ware zelf, af te wijzen. Kip verwoordde zijn dagelijkse realiteit als volgt:

“We stopten bij de Burger King op weg naar huis, en we bestelden twee Whoppers. We gingen zitten. Mijn vader zei tegen me, ‘ik walg van je,’ en hij stond op en liep naar de auto om zijn hamburger te eten. ‘Ik kon niet eten omdat de stemmen [in mijn hoofd] waren begonnen. Ik zat daar maar. Ik gooide de Whopper weg en begon naar buiten te lopen, maar toen realiseerde ik me dat er te weinig tijd was geweest om hem te hebben opgegeten. En dus ging ik een tijdje naar de wc’s voordat ik terugging naar de auto. Ik wilde niet dat mijn vader tegen me zou schreeuwen vanwege het niet opeten van de Whopper, geld te verspillen.’”7

Geïnternaliseerde minderwaardigheid

Kip internaliseerde zijn vaders boodschap dat hij een walgelijke zoon zou zijn die zijn superieur begaafde en sportieve ouders met zijn minderwaardige bestaan teleurstelde. De enige kans die hem overbleef om aan de voorwaardelijke liefde van zijn ouders te voldoen, was door het monster te worden waar zijn ouders hem van beschuldigden dat hij was. Kip doodde zijn ouders uit wraak om zich te verdedigen tegen de onophoudelijke aanslag op zijn persoonlijkheid.

Dat is geen argument voor vrijspraak noch een rechtvaardiging voor Kips gruweldaden, maar de maatschappij mag niet langer ontkennen dat jongens als Kip Kinkel, voordat ze ontspoorden, eerst door hun eigen ouders tot existentiële wanhoop werden gedreven.


1 Peter Langman, “Kip Kinkel’s Writings”, 2014.
2 Carole Anne Davis, Children Who Kill: Profiles of Pre-Teen and Teenage Killers (London: Allison & Busby, 2003), hfdst. 10: Under Pressure.
3 Ibid.
4 Ibid.
5 Jeffrey Hicks, “Kip Kinkel: Psychotherapy Notes from Dr. Jeffrey Hicks”, 20 januari 1997.
6 Davis, Children Who Kill: Profiles of Pre-Teen and Teenage Killers, hfdst. 10: Under Pressure.
7 Peter Langman, “Kip Kinkel’s Trial: Testimony of Mental Health Professionals”, 1998.

Reacties

Creative Commons-Licentie
De zelfhaat die Kip Kinkel deed ontsporen van Mathijs Koenraadt is in licentie gegeven volgens een Creative Commons Naamsvermelding-NietCommercieel-GeenAfgeleideWerken 4.0 Internationaal-licentie.