Maak jongens weer mannen

Het toelatingsritueel van de westerse beschaving

Lion Hunt (1861) by Eugène Delacroix

Afbeelding: Lion Hunt (1861) by Eugène Delacroix

De verkiezing van President Trump confronteerde NPO-journalisten met iets wat ze nog nooit eerder hadden gezien: een mannelijk rolmodel. Maar het kan tientallen jaren kosten om de schade die acht jaar van Obama’s feminisme de geesten van jonge mannen heeft aangericht terug te draaien. Anders dan onze Europese voorvaderen die primitieve volkeren angst aanjoegen, noemen bangige blanke twintigers zichzelf tegenwoordig ‘multi-gender hipsters’ of ‘feministen van de derde golf’, omdat wat ze werkelijk missen een set volgroeide ballen zijn. Als de westerse beschaving toelatingsrituelen die jongens mannelijkheid aanleren niet agressief in ere herstelt, dan zullen toekomstige historici ongetwijfeld naar hun feminisering van de milennial-generatie wijzen als oorzaak van hun gewillige overgave aan de vijand.

Een man met de moed om uit vooruitziendheid te handelen is Zuid-Afrika’s Kolonel Franz Jooste. Ooit diende hij in de South African Defence Force, nu leidt hij het Kommandokorps. Meerdere keren per jaar organiseert het corps paramilitaire kampen voor tienerjongens en jonge mannen, allen van koloniale Nederlandse, Duitse of Franse afkomst. Zij zijn de zogeheten AfrikanersBoeren of, met de woorden van de kolonel, „de blanke stam van Afrika”. Ooit een meerderheid voelt de huidige Zuid-Afrikaanse minderheid van circa vierenhalf miljoen blanken zich verloren in een zee van meer dan vijftig miljoen niet-blanken. Kolonel Jooste’s bootcamps dienen om jonge jongens voor te bereiden op hun rol in de overleving van hun stam.

In 2011 produceerden fotografe Ilvy Njiokiktjien en journaliste Elles van Gelder een korte documentairefilm over het Kommandokorps getiteld Afrikaner Blood, een eerste blik in de kampen. De film portretteert een dozijn jongens in de leeftijd van dertien tot negentien, die een behoefte voelen om „een echte man te worden, niet meer zo’n mietje,” aldus de dertienjarige Jano. Tijdens de negen dagen van fysieke afmatting en verbaal geweld die volgen, ondergaan de jongens een zichtbare psychologische transformatie. Korte interviews met de filmmakers tonen de jongens eerst als onzeker van hun plaats in multicultureel Zuid-Afrika. Daarna, na het nu en dan laten rollen van tranen terwijl ze worstelen met Kolonel Jooste’s zware orders, vinden de jongens hun ware identiteit en beginnen zelfverzekerd Mandela’s doctrine van de regenboognatie te verwerpen.

Kolonel Jooste begrijpt waarom zoveel blanken zich tegenwoordig verloren voelen in zogenaamd multiculturele samenlevingen. Hij zegt: „Als ik van mijn eigen land hou, van mijn eigen taal, van mijn eigen cultuur, en van mijn eigen ras, en iemand zegt dat ik een racist ben, ja, dan ben ik een racist. Ik schaam me niet om te zeggen dat ik een racist ben.” De doorvlochten thema’s van mannelijkheid en identiteit keerden terug in een langere documentaire uit 2015 van Tarryn Lee Crossman, getiteld Fatherland. Opnieuw kiest de vrouwelijke regisseur ervoor om te focussen op het verondersteld extremistische karakter van de kampen. Maar voorbij hun politieke indoctrinatie toont de film wederom een batch jongeren die langzaam hun zelfvertrouwen terugwinnen. Na negen dagen weten ze waar ze voor staan, zowel als leden van de Afrikaanse stam als mannen. De vijftienjarige ‘Sparky’ zegt: „Nu weet ik dat ik op een dag net zoals mijn vader kan zijn.”

De kampen zijn in feite een toelatingsritueel die moderne taboes op mannelijkheid en blanke identiteit in twijfel trekt. De initiatierites zijn niet Kolonel Jooste’s bedenksels. Zij tonen grote gelijkenissen met traditionele toelatingsrites die men overal in de wereld kan vinden. Allereerst verlaten de jongens hun families. Dan reizen ze naar een onbekende locatie, waar ze in een setting met alleen mannen arriveren. Ze krijgen er nieuwe namen en kleding, wat de scheiding met de warme omgeving van hun families vervolledigt. Op dit punt houden ze op de kinderen van hun ouders te zijn. Kolonel Jooste en zijn crew leren de jongens discipline, hoe een bevel uit te voeren en, allerbelangrijkst, wat voor verantwoordelijkheden hun Afrikaner samenleving van haar volwassen leden verwacht. Beroofd van voedsel en slaap moeten de jongens meerdere vuurproeven doorstaan. Een ceremoniële viering signaleert hun succesvolle transformatie naar man-zijn. Ze hebben dan het recht verdiend zich een man te noemen.

Wat is hier nou gebeurd? In essentie zijn de jongens mannen geworden, omdat het toelatingsritueel ze permanent van de vrouwelijke familie heeft losgemaakt en ze heeft opgenomen in de mannelijke Afrikanerstam. Vandaag de dag leren media en politiek ons om te geloven dat mannelijkheid en tribale identiteit de oorzaken van racisme en seksisme zijn. We leren dat mannelijke mannen een bedreiging voor de politieke positie van minderheden en vrouwen zijn. We leren dat oorlog en conflict de schuld van mannen zijn. Tegelijkertijd mogen bepaalde minderheden die in het Westen leven hun toelatingsrites wel degelijk beoefenen. Tijdens het Rumspringa van de Amish, wat letterlijk „rondspringen” betekent, krijgen jongens en meisjes in de leeftijd van veertien tot zestien jaar het recht om hun strikt fundamentalistische gemeenschappen te verlaten en de moderne buitenwereld op eigen kracht te ontdekken.

In het oude Rome brachten vaders hun tienerzoons tijdens het Liberalia festival naar het Forum, waar de jongens nieuwe kleren kregen en aan het publiek werden getoond als volwassen burgers met stemrechten. Alhoewel er geen historisch bewijs is van Noordse toelatingsrituelen kan men zulke riten in afgelegen Europese plattelandsgebieden nog steeds waarnemen. De Nederlandse filmmaker Arnold-Jan Scheer wijdde dertig jaar van zijn leven aan reizen naar kleine dorpen en gehuchten in ruraal Oostenrijk, Zwitserland, Frankrijk en Duitsland. Hij filmde er traditionele Sinterklaasfestivals die daar begin december worden gehouden. Op sommige van deze plaatsen verkleden jongeren zich als wilde beesten. Enkele dagen lang rennen ze als waanzinnigen achter jonge vrouwen aan, terwijl een ouderfiguur—soms in de gedaante van Sinterklaas, soms in de gedaante van Wodan, de Germaanse oorlogsgod—ze aanvuurt. De jongens, in trance, zakken uiteindelijk van de vermoeidheid in elkaar.

Misschien verklaart het taboe op mannelijkheid tenminste ten delen waar homofilie, gender queerness en andere progressieve persoonlijkheidsstoornissen vandaan komen. Ze komen van de feministische onderdrukking van jonge mannen die hun recht op mannelijkheid werd ontzegd. Maar westerse beschaving kan prima zonder tweeënzeventig genders. In plaats daarvan moeten westerse samenlevingen, in het belang van de psychologische gezondheid van jonge mannen, onmiddellijk hun toegang tot mannelijkheid herstellen door middel van publiekelijk erkende toelatingsriten.

Reacties

Creative Commons-Licentie
Maak jongens weer mannen van Mathijs Koenraadt is in licentie gegeven volgens een Creative Commons Naamsvermelding-NietCommercieel-GeenAfgeleideWerken 4.0 Internationaal-licentie.