Voorbij voorwaardelijke liefde

Kindermishandeling genezen door de muur van onwetendheid af te breken

Kinderen der zee (1872) door Jozef Israëls | Rijksmuseum

Afbeelding: Kinderen der zee (1872) door Jozef Israëls | Rijksmuseum

„We moeten onszelf en de wanhopige mensen leren dat het eigenlijk nooit ofte nimmer erop aankomt wat wij van het leven nog te verwachten hebben, veeleer slechts daarop: wat het leven van ons verwacht!”—Viktor Frankl, …desondanks ja tegen het leven zeggen1

Dagelijks zien we op het journaal brandhaarden van geweld in de wereld. We staan machteloos tegenover oorlog, maar volgens psychoanalytica Alice Miller zijn de wortels van het kwaad niet onbekend. Mensen leren haat en geweld alleen aan anderen doorgeven wanneer ze die zaken eerst zelf als slachtoffer hebben ervaren, in het bijzonder als kind. Mishandelde kinderen leren dat ze hun ware gevoelens van boosheid en pijn moeten onderdrukken, omdat ze de liefde van hun ouders niet mogen verliezen. Ze verdringen vervolgens de herinneringen aan die pijn uit hun geheugen, maar dat betekent niet dat die pijn geneest of verdwijnt.

Veel mensen zullen later in een zogeheten herhalingsdrang alsnog een uitweg voor die eerder verdrongen pijn zoeken. Wanneer als kind mishandelde mensen in hun levens niemand vinden die hen helpt om het trauma te verwerken, die hen communiceert dat ze intrinsiek waardevolle mensen zijn, dan leidt de herhalingsdrang in veel gevallen tot de verwoesting van zichzelf of anderen.

We kunnen de cyclus van geweld doorbreken door getraumatiseerde mensen te leren dat ze het onschuldige kind dat ze vroeger waren in bescherming mogen nemen tegen de ooit mishandelende ouders.

Sigmund Freud of Alice Miller?

Na de Tweede Wereldoorlog verhuisde Alice Miller naar Zwitserland. Ze behaalde in Basel drie doctortitels, in de psychologie, filosofie en sociologie. Voordat ze zich toelegde op het schrijven, werkte ze in Zürich twintig jaar als psychotherapeute. Tijdens haar carrière ontwikkelde ze haar eigen psychoanalytische theorieën over de oorzaken en gevolgen van mishandelingen uit de jeugd.

In haar eerst boek, Het drama van het begaafde kind, brak ze met de leer van Sigmund Freud, de grondlegger van de moderne psychoanalyse.2 Als gevolg van haar breuk zegde ze in 1988 haar lidmaatschap van de Internationale Psychoanalytische Associatie op, omdat ze de sterk op Freuds leer geschoeide psychoanalyse onverenigbaar achtte met haar eigen inzichten.

De theorieën van Sigmund Freud vormen nog steeds een belangrijke basis voor de psychotherapie. Ze beschuldigen kinderen ervan mishandelingen door hun eigen ouders zelf te hebben uitgelokt. Freud stelt dat kinderen met kwade driften worden geboren die ouders alleen door ‘opvoeding’ kunnen uitbannen. In zijn boek De aanval op de waarheid doet psychoanalyticus Jeffrey Masson echter uit de doeken dat Freud aan het begin van zijn carrière het wel degelijk voor als kind getraumatiseerde volwassenen opnam.

Op basis van originele brieven bewijst Masson dat Freud zijn ongelukkig naamgegeven ‘verleidingstheorie’ (de verleiding door de ouder), namelijk dat volwassenen psychisch aan vroege jeugdtrauma’s kunnen lijden, pas later in zijn carrière verwierp.

Als gevolg van zijn draai zouden Freuds aanhangers getraumatiseerde vrouwen van fantasie en uitlokking beschuldigen wanneer zij zich vroeg seksueel misbruik meenden te herinneren. Veel psychoanalytische studies onderwijzen ook vandaag nog dat een herinnering van een vrouw aan seksueel geweld in de kindertijd “een leugen, zelfbedrog, een waandenkbeeld, een valse herinnering of een fantasie” zou zijn, echter “het ene ding dat het niet kon zijn, was een authentieke herinnering.”3

We zien de gevolgen van zulke doctrines terug in de publieke opinie, die bijvoorbeeld verkrachtte vrouwen ervan beschuldigt dat ze hun ellende met ‘sletterig gedrag’ of ‘hoerige kleding’ zouden hebben uitgelokt. Hele religies houden deze vrouwenonderdrukking in stand.4

Wat dreef Freud ertoe om zijn oorspronkelijke theorie te verwerpen? Volgens Masson hing Freuds motivatie samen met de sociaalmaatschappelijke positie van de therapeut. Therapeuten behandelen mensen uit alle lagen van de bevolking, maar in het belang van hun eigen positie kiezen ze wellicht liever de zijde van de “succesvollen en de machtigen, dan van de ellendige slachtoffers van familiegeweld.”5

Met deze houding maakt de psychoanalytische wetenschap het lot van door vroege mishandelingen getraumatiseerde mensen ondergeschikt aan de belangen van machtige ouderfiguren:

“Freud had een belangrijke waarheid verworpen: het seksuele, lichamelijke en emotionele geweld dat een reëel en tragisch onderdeel is van de levens van vele kinderen. […] vele (waarschijnlijk de meeste) van hun patiënten [hadden] een gewelddadige en ongelukkige jeugd, niet vanwege een of ander gebrek in hun karakter, maar vanwege iets verschrikkelijks dat ze was aangedaan door hun ouders.”6

De niet-pedagogische beweging

Alice Miller omarmt daarentegen Freuds oorspronkelijke theorie die het voor slachtoffers van vroege mishandelingen opneemt, maar ze was niet de enige. In de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw verschenen voorlopers, eensgezinde tijdgenoten en medestanders van Miller op het toneel die ik tezamen de niet-pedagogische beweging noem.7 Wat hen verbindt, is dat ze in de machtsstrijd tussen ouder en kind de zijde van de meest onschuldige partij kiezen. Zonder hulp van buitenaf blijven als kind mishandelde mensen vastzitten in een herhalingsdrang die geweld aan de volgende generatie doorgeeft:

“Als je je ouders niet mag bekritiseren, zit je sinds je jeugd met al je verdrongen gevoelens in een emotionele fuik. De enige uitweg uit deze fuik is de mishandeling van de eigen kinderen. Dan mag je weer alles doen en wordt het als tucht en opvoeding betiteld, en ook door de religie goedgepraat.”8

Tot de voorlopers van de niet-pedagogische beweging behoort bijvoorbeeld pedagoog en socioloog Katharina Rutschky, die in haar boek Zwarte Pedagogie de gelijknamige Europese opvoedmethoden uit de achttiende en negentiende eeuw bekritiseert. Opvoeding had in die eeuwen een heel ander doel dan zelfontplooiing. Met goedkeuring van religie, overheid en maatschappij gebruikten ouders geweld en intimidatie tegen kinderen om hun zintuigen en lichamen al naar gelang het heersende wereldbeeld voor het latere leven te harden.9

De industriële samenlevingen uit die tijd vroegen burgers om onvoorwaardelijke gehoorzaamheid en loyaliteit aan de eigenaarsklasse. Om dezelfde reden onderwierpen ouders uit de arbeidersklasse hun kinderen aan absolute regels zonder ruimte voor uitleg of onderhandeling. Kinderen werden niet beloond voor autonomie en samenwerking, maar kregen straf voor het tonen van individualiteit.10 De tijdsgeest beschouwde kinderen niet als mensen, maar als programmeerbare apparaten:

“Deze eerste jaren hebben onder andere ook het voordeel dat men er geweld en dwang kan gebruiken. De kinderen vergeten met de jaren alles wat hen in de vroege kindheid is aangedaan. Ontneemt men de kinderen hun wil, dan kunnen ze zich er daarna niets meer van herinneren dat ze ooit een wil hebben gehad.”11

Moderne ouders die hun huilende baby niet met aandacht willen “verwennen”, voeren nog steeds de principes van de zwarte pedagogie uit.

Een andere voorloper, of eerder ervaringsdeskundige, is leraar Norm Lee, die begin twintigste eeuw als kind en tiener een persoonlijke “Holocaust” overleefde, een aangrijpend verhaal over verlating door zijn tienermoeder, verstoting door zijn vader, sadistische martelingen door een kinderhaatster en jaren van onbetaalde dwangarbeid. Als gevolg van zijn traumatische ervaringen geloofde Lee lang in zijn eigen minderwaardigheid, maar hij doorbrak op zijn 25ste de cyclus van geweld toen een lerarenopleidingsinstructeur hem erop wees dat kinderen echt geen honden zijn, maar mensen. Hij schrok van zichzelf en ontwikkelde later, samen met zijn eigen kinderen, het concept Opvoeden zonder straf.12

Tijdgenoten van Miller waren bijvoorbeeld Amerikaans psychiater Eric Berne, die geloofde dat alle psychische problemen een sociale oorzaak hebben die onlosmakelijk is verbonden met de kindertijd.13 Nederlands kinderboekenschrijver Guus Kuijer zegt: “Kinderen moeten nog steeds iets. Ze worden nog steeds onderdrukt en daarvan zullen we binnenkort de rekening gepresenteerd krijgen.”14

De inzichten van de niet-pedagogische beweging werden wel gehoord, maar ze werden geen gemeengoed. De revolutie die mensen van hun getraumatiseerde verledens zou bevrijden, bleef uit.

Vergiffenis of verwerking?

Omdat als kind mishandelde volwassenen de onderdrukte gevoelens en verdrongen herinneringen uit hun jeugd niet kunnen verwerken zonder de ouders van slecht ouderschap te beschuldigen, hullen ze uit respect voor diezelfde ouders hun lijden ook in volwassenheid in stilzwijgen.

De meeste mensen kunnen zich na jaren van verdringing niets meer van de ware oorzaken van hun pijn herinneren. Pas in de onbewuste herhaling van hun trauma vinden ze een uitlaatklep. Ouders die als kind zelf werden geslagen, zijn er bijvoorbeeld sterk van overtuigd dat ze in hun recht zouden staan wanneer ze hun eigen kinderen slaan. Ze rechtvaardigen de klappen als noodzakelijk om een goed kind op te voeden, want zo werden ze zelf immers ook opgevoed. De geslagen kinderen hebben geen andere keus dan de mishandelingen “voor hun eigen bestwil” in hun lichaam op te slaan.

Veel mensen zoeken indirect hulp voor hun getraumatiseerde jeugd, omdat ze als volwassenen aan lichamelijke of psychische klachten lijden, maar wanneer ze eenmaal over hun vroegste trauma’s wensen te spreken, sturen psychotherapeutische hulpverleners hun patiënten in de regel aan op vergiffenis van de ooit mishandelende ouders.

Volgens Miller denken therapeuten onterecht dat patiënten alleen door “vergeving en begrip innerlijke vrede” kunnen vinden, omdat “de therapeut onbewust de onderdrukte woede jegens zijn eigen ouders mogelijkerwijs vreest.”15 Ze verwonderde zich dat “zelfs algemeen gewaardeerde therapeuten geen afscheid konden nemen van het idee dat de ouders vergeven de kroon op een gelukte therapie is.”16

Het valt sommige patiënten op dat ze niet de gevraagde hulp krijgen:

“Wanneer je als patiënt het psychiatrisch bedrijf binnenstapt, dan heb je een hoge kans om te worden gereduceerd tot een verstoord object of de stoornis zelf. […] We worden onderzocht, maar niet echt gezien; we worden gehoord, maar er wordt niet echt naar ons geluisterd. De psychiatrie beschouwt ons niet als serieuze gesprekpartners: immers, met een stoornis kun je niet praten.”17

Vergiffenis blokkeert genezing. Als de vergiffenis van het mishandelde kind aan de mishandelende ouder de gevolgen van het oorspronkelijke trauma juist verergert, moeten ouders misschien ons vergeven voor het feit dat we niet het perfecte kind waren waar ze op hoopten. We werden per slot van rekening voor onszelf geboren, niet voor de behoeften van een ander.

De muur van onwetendheid doorbreken

We kennen allemaal iemand die als kind door zijn ouders, opvoeders of verplegers met ‘opvoedkundige tikken’ werd gestraft. Velen van ons waren dat kind zelf. Ondanks het taboe op praten over kindermishandeling werd een op de drie volwassenen als kind slachtoffer van lichamelijke of emotionele mishandeling.18

Omdat we als kind voor onze overleving volledig van de ouders afhankelijk waren, konden we hen onze verontwaardiging over ruwe behandelingen niet laten merken, want we mochten de verzorging door onze ouders onder geen beding verliezen.19 Om dezelfde reden durven mensen ook in volwassenheid hun ouders, uit respect voor alles wat ze voor ons gedaan hebben, niet te bekritiseren.

Velen van ons geloven dat de klappen die we als kind opvingen onze karakters sterker maakten, maar in werkelijkheid bouwden we onze levens op ondanks de klappen en niet dankzij. Volgens Miller doorlopen mishandelde kinderen vijf psychologische stadia, die ons overtuigen van de leugen dat we de lichamelijke en emotionele klappen “voor ons eigen bestwil” opvingen:

  1. Eerst worden we als klein kind verwaarloosd of misbruikt, maar zijn we niet instaat om het emotionele geweld als zodanig te herkennen, omdat we het met liefde en aandacht verwarren.

  2. In plaats van onze ware emoties over de slechte behandeling te uiten, onderdrukken we onze woede. Dan zijn we weer het goede kind of worden we beloond voor onze gehoorzaamheid.

  3. We tonen de mishandelende ouders dankbaarheid voor hun “goede bedoelingen”, want we kregen toch te eten en een bed om in te slapen. Ze hadden ons ook aan een boom kunnen binden!

  4. Door die verwarring—haat is liefde—verdringen we de herinneringen aan de mishandeling en vergeten we alles.

  5. Ten slotte vinden we als volwassenen een of andere uitlaatklep voor onze onverwerkte pijn, bijvoorbeeld door de eigen kinderen te mishandelen of door onszelf en anderen te vernietigen.20

Als gevolg van dit psychologische mechanisme laten veel volwassenen de verdrongen pijn uit de jeugd niet meer toe in hun bewustzijn. We blokkeren onze ware gevoelens met een muur van afweermechanismen, “hetzij door intellectuele afweer, hetzij door destructief gedrag op andermans kosten, hetzij door zelfvernietiging in verslaving.”21 Zo beschermen we onszelf tegen de nadelige ervaringen die we als kind niet konden verdragen, maar als gevolg daarvan lijden we als volwassenen door de zelfontkenning opnieuw aan een trauma.

Voor onze overleving verdringen onze eigen hersenen de herinneringen aan zware mishandelingen die we als kind moesten doorstaan, maar daardoor kunnen we in volwassenheid de ware oorzaken voor lichamelijk en psychische klachten niet meer begrijpen.22

Een interviewer vroeg Alice Miller of ze een voorbeeld kon noemen van een “held die het traumatische conflict met zijn/haar ouders succesvol overwon”.23 Daarop antwoordde ze met een tegenvraag:

“Waarom is het zo moeilijk om de waarheid te verdragen dat we in de kindertijd werden misbruikt? Waarom veroordelen we liever onszelf? Omdat de zelfbeschuldiging ons tegen de pijn beschermt. Ik denk dat de ergste pijn die we moeten ervaren om emotioneel eerlijk te worden de kennis is dat we nooit werden geliefd toen we die liefde het meest nodig hadden. Dat is gemakkelijk om te zeggen, maar het is zeer, zeer lastig om deze pijn te voelen, om de feiten te accepteren, en de verwachting op te geven dat mijn ouders op een dag zullen veranderen en toch nog van mij zullen houden.

In tegenstelling tot kinderen kunnen volwassenen zich van deze illusie ontdoen—in het belang van hun gezondheid en die van hun kinderen. Mensen die hun waarheid echt willen kennen, zijn daartoe in staat. En ik denk dat deze mensen de wereld zullen veranderen. Zij zullen niet als ‘helden’ optreden, ze kunnen heel bescheiden mensen zijn, maar er kan geen twijfel over bestaan dat hun emotionele eerlijkheid de muur van onwetendheid, ontkenning en geweld zal afbreken.”24


1 Viktor Frankl, …trotzdem Ja zum Leben sagen: Ein Psychologe erlebt das Konzentrationslager (München: Kösel-Verlag, 2013), 117.
2 Martin Miller, Das wahre “Drama des begabten Kindes”: Die Tragödie Alice Millers (Freiburg im Breisgau: Kreuz Verlag, 2013), 190.
3 Jeffrey Moussaieff Masson, The Assault on Truth: Freud’s Suppression of the Seduction Theory (Untreed Reads, 2012), sec. Preface.
4 Robert Spencer, Islam Unveiled: Disturbing Questions about the World’s Fastest-Growing Faith (New York: Encounter Books, 2002), 88–92.
5 Masson, The Assault on Truth: Freud’s Suppression of the Seduction Theory, sec. Introduction.
6 Ibid.
7 P. Timmermans, “Geïllustreerde inleiding tot de algemene pedagogiek”, Algemene Pedagogiek, 2004, http://opvoedkunde1av.khleuven.be/.
8 Alice Miller, Interview 1988: l’Origine du Mal dans l’Enfance (YouTube, 2014), https://www.youtube.com/watch?v­dlxj-V-ihTY.
9 Katharina Rutschky, Schwarze Pädagogik: Quellen zur Naturgeschichte der bürgerlichen Erziehung (Berlin: Ullstein, 1997).
10 Murray A. Straus en Denise A. Donnelly, Beating the Devil out of Them: Corporal Punishment in American Families and Its Effects on Children (New Brunswick, New Jersey: Transaction Publishers, 2001), 179.
11 Johann Georg Sulzer, Versuch von der Erziehung und Unterweisung der Kinder, bewerkt door Olaf Breidbach (Olms, 2012).
12 Norm Lee, Parenting Without Punishing, 2002.
13 Eric Berne, What Do You Say after You Say Hello? (London: Random House, 1975), hfdst. 2.
14 Wim Duzijn, “De triomf van de kinder-haters…”, De Volkskrant, 16 februari 1985.
15 Alice Miller, Du sollst nicht merken: Variationen über das Paradies-Thema (Frankfurt am Main: Suhrkamp Verlag, 1983), 23.
16 Alice Miller, Die Revolte des Körpers (Frankfurt am Main: Suhrkamp Verlag, 2005), 114.
17 Wilma A. Boevink, “From Being a Disorder to Dealing With Life: An Experiential Exploration of the Association Between Trauma and Psychosis”, Schizophrenia Bulletin 31, nr. 1 (2006): 17.
18 Anne-Laura Van Harmelen, “Childhood Emotional Maltreatment: Impact on Cognition and the Brian” (Universiteit Leiden, 2013), 7.
19 Alice Miller, Abbruch der Schweigemauer: Die Wahrheit der Fakten (Frankfurt am Main: Suhrkamp Verlag, 2003), 54.
20 Alice Miller, Am Anfang war Erziehung (Frankfurt am Main: Suhrkamp Verlag, 1983), 128.
21 Miller, Das wahre “Drama des begabten Kindes”: Die Tragödie Alice Millers, 12.
22 Martin H. Teicher, “Wounds That Time Won’t Heal: The Neurobiology of Child Abuse”, Cerebrum, oktober 2000, http://www.dana.org/Cerebrum/2000/Wounds_That_Time_Won%E2%80%99t_Heal__The_Neurobiology_of_Child_Abuse/.
23 Alice Miller, “Gewalt tötet die Liebe: Schläge, das Vierte Gebot und die Unterdrückung authentischer Gefühle”, ONA, juni 2005.
24 Ibid.

Reacties

Creative Commons-Licentie
Voorbij voorwaardelijke liefde van Mathijs Koenraadt is in licentie gegeven volgens een Creative Commons Naamsvermelding-NietCommercieel-GeenAfgeleideWerken 4.0 Internationaal-licentie.