Biotechnologie en overbevolking: De tragedie van de meent

Wanneer proto-oncogene lichaamscellen geactiveerd worden, veranderen zij van een normale sterfelijke in een (schijnbaar) onsterfelijke cel. Deze zich oneindig delende kankercellen veroorzaken een kankergezwel in het lichaam van een mens. Goedaardige tumoren zijn medisch te bestrijden, in het andere geval leidt het vaak tot een vervroegde dood van de kankerpatiënt.

Dit type onsterfelijkheid is gezien vanuit cel-perspectief de meest gewenste situatie. De supercel is onsterfelijk en kan een oneindig aantal kopieën van zichzelf maken. De ‘nakomelingen’ (cellen delen zich) zijn ook onsterfelijk en dus superieur ten opzichte van overige cellen. Maar uitgezoomd naar een groter perspectief van de drager van deze kankercellen, is dit een zeer ongewenste situatie. Met dank aan de fantastische supercellen wordt het lichaam van binnenuit kapot gemaakt en sterft het. De superieure cellen gaan met het lichaam ten onder, vandaar de schijnbare onsterfelijkheid. Vanuit weer een derde perspectief, namelijk dat van menselijke soort, moet men weer een geheel andere conclusie trekken. De dood van deze individu zou om tal van redenen namelijk kunnen bijdragen aan de overleving van de soort, zoals bijvoorbeeld dat een genetische aanleg voor kanker nu weg geselecteerd is.

Er kan een verband gelegd worden tussen bepaalde activiteiten op celniveau, zoals waarom normale cellen slechts een beperkt aantal keren kunnen delen en vervolgens sterven vanwege hun onvermogen om telomeer-DNA te verlengen, en het effect daarvan op een individu en vervolgens de overleving van de soort. Dat individuen sterven, gebeurt omdat het een superieure overlevingsstrategie van de soort is. Voorplanting en selectie van nakomelingen levert een voortdurende genetische aanpassing van nieuwe individuen aan een veranderende omgeving en aangezien aardse hulpbronnen nog nooit onbeperkt waren, maakt de dood van het ene individu hulpbronnen beschikbaar voor het andere, mogelijk beter aangepaste individu. Zo overleeft de soort, ten koste van de individu – de enige juiste manier. Stel je voor dat de individu zou overleven ten koste van de soort!

“De soort heeft de ondergang van de mislukten, zwakken, gedegenereerden nodig: maar juist tot hen wendde zich het christendom, als conserverende macht; ze versterkte nog dat op zichzelf al zo machtige instinct van de zwakken om elkaar te ontzien, elkaar staande te houden, elkaar wederzijds te ondersteunen. Wat zijn de ‘deugd’ en ‘mensenliefde’ in het christendom anders dan juist deze wederkerigheid van de instandhouding, deze solidariteit van de zwakken, dit verhinderen van de selectie? Wat is het christelijke altruïsme anders dan het massa-egoïsme van de zwakken, dat raadt dat wanneer iedereen voor elkaar zorgt, ieder individu het langst behouden blijft?…”[1]

‘Golden Rice’ en goedbedoelde hulp aan mensen

Ongeveer 2 miljard mensen die in arme ontwikkelingslanden leven, lijden aan de gevolgen van een tekort aan vitamine A. Jaarlijks veroorzaakt het bij ongeveer een half miljoen kinderen permanente blindheid. VAD (Vitamine A Deficiëntie) resulteert in uiterste gevallen ook tot sterfte. Dit gaf sociaal en maatschappelijk betrokken onderzoeker Ingo Potrykus van het Instituut voor Plantenwetenschappen in Zürich voldoende aanleiding een rijstgewas genetisch dusdanig te ontwerpen dat het de precursor van vitamine A, bèta-carotine, produceerde. Na consumptie zet het menselijk lichaam de bèta-carotine om tot het benodigd vitamine A. Een slimme oplossing voor het nutriëntentekort bij deze arme volkeren.

Potrykus’ wens om de geel gekleurde Golden Rice gratis aan arme boeren in Oost-Azië te verstrekken, dreigde na jaren van onderzoek niet verwezenlijkt te kunnen worden. Op de gebruikte productiemethoden berustten namelijk patenten, die in handen waren van het Europese biotechnologiebedrijfsleven. Als wetenschappelijk onderzoeker kon hij de technieken wel gratis toepassen voor theoretische studies, maar daar stopt het. Commerciële en dus ook ontwikkelingsdoeleinden zijn niet toegestaan zonder dat men royalty’s afstaat aan de rechtmatige eigenaars van de gebruikte technologieën.

De patenthouders zagen in dit bijzondere geval echter af van hun rechten en wel om een goede reden: de gratis verstrekking betekent namelijk niet alleen een voordeel voor arme ontwikkelingsvolkeren, maar ook voor westerse biotechnologiebedrijven die kunnen investeren in de ontwikkeling van een enorme afzetmarkt voor biotechnologische producten. Tegenstanders van GMO’s (Genetically Modified Organisms) noemen het dan ook het Paard van Troje. De groene politieke stroming is als geen ander voor ontwikkelingshulp, maar wel tégen GMO’s. Potrykus stuitte als op verzet uit “de eigen gelederen” en beweerde in een artikel eindelijk in te zien dat een organisatie als Greenpeace minder om mensen geeft dan om het saboteren van Westers kapitalisme. Als de groene politieke stroming iets om mensen zou geven, zo schrijft Potrykus, dan zouden zij vóór GMO’s moeten zijn.

Zo gezien, vanuit het perspectief van de individu, lijkt de Golden Rice kwestie te draaien om o.a. patenthandel, kapitalistische belangen, sociale belangen, milieuaspecten, voedselveiligheid, internationale voedselhulp, menselijke waarde, politiek beleid, enzovoorts. Maar waar is dan het “grotere plaatje” waar we dit alles moeten inpassen? Ik ben zelf zeker geen tegenstander van biotechnologie, GMO’s e.d. en heb ik geen principieel bezwaar noch tegen de onderliggende kapitalistische motieven van de patenthouders om hun rechten gratis af te staan noch tegen hulpverlening aan andere mensen. Mij gaat het om het grotere plaatje: waartoe leidt deze ontwikkelingshulp in de vorm van voedselhulp? Ik denk dan aan overbevolking. Net als bij het voorbeeld in de inleiding (cel-individu-soort) ben ik nu aangekomen bij het grotere perspectief van de soort.

Het grotere perspectief

Voorstanders van ontwikkelingshulp in de vorm van voedselhulp zullen wereldvoedseltekort met de term probleem aanduiden en een hogere voedselproductie met oplossing. Door het zo te benoemen, hebben we wel een klein probleem. Laten we deze logica maar eens versimpeld analyseren: hoe meer mensen, des te groter het voedseltekort, dus des te meer vraag naar oplossing voor het probleem. Vervolgens creëert men – bijvoorbeeld met behulp van biotechnologie(!) – meer oplossing, wat tot des te meer gezonde mensen leidt die méér kinderen kunnen baren. Eindresultaat: er is meer probleem. We zijn weer terug bij af.

Teruggekoppeld naar de Golden Rice kwestie, kan het volgend gebeuren. Ingo Potrykus krijgt het voor elkaar om op de korte termijn het vitamine A-tekort op te lossen. Dit resulteert dus in gezondere mensen, minder blindheid en minder sterfte. De half miljoen kinderen die voorheen blind raakten en als volwassene niet gemakkelijk een seksuele partner vonden, kunnen dat nu wel. Een generatie later is de populatie flink toegenomen en is er dus een nog grotere behoefte aan Golden Rice. Dat is mooi voor de westerse biotechnologiebedrijven die ondertussen wel geld zijn gaan vragen voor o.a. raszuiver zaaigoed, maar de voedselhulp heeft niet geleid tot een hogere welvaart, slechts tot een grotere populatie mensen met dezelfde, even lage levensstandaard. Nieuwe ontwikkelingen kunnen ook deze populatie weer helpen, maar de bottom line is dat de populatie blijft groeien.

De logica achter voedselhulp – en achter ontwikkelingshulp in het algemeen – klopt volgens mij dus niet. Wanneer mogen we naar stabilisatie streven? Wat vanuit het ene perspectief politiek correct en sociaal-progressief lijkt, verdient vanuit een groter perspectief een totaal andere benaming: kortzichtig hypocriet wanbeleid met desastreuze langetermijngevolgen (overbevolking). De aarde is rond en haar oppervlak eindig: er bestaat dus een maximale grootte die de menselijke soort kan hebben. Hoe groot precies of wanneer de grens bereikt wordt, valt niet te schatten.[2]

Het is in het belang van de soort dat het aantal individuen geleidelijk afneemt om de gevolgen van overbevolking – de soort verhongert – af te wenden. Biotechnologie kan het noodlot als het ware alleen maar uitstellen, maar niet afstellen. Mogen wij het belang van een groep mensen boven de belangen van het individu plaatsen? De laatste mensen die zoiets deden, noemden zichzelf communisten en nazi’s waarmee mijn vraag alweer beantwoord lijkt: “nee, dat mag niet”.

Dat is een dilemma. Wie niet kortzichtig wil zijn door zich enkel te focussen op het vlak van de individu en graag paradigma’s en dogma’s wil doorbreken, die begeeft zich meteen op glad ijs. Onwetenschappelijke dogma’s als “alle mensen zijn gelijk” of “de wereld is van iedereen” geven mensen een veilig gevoel van binnen waarvoor ze zelfs bereid zijn hun levens te offeren om het te verdedigen. Ik zie daarom een belangrijke maatschappelijke taak voor de filosoof weggelegd: hij laat dogma’s los en breekt paradigma’s af om vervolgens zijn verworven inzichten te delen met leken, in de hoop dat laatstgenoemden hun hardnekkige dogmatische geloof iets afzwakken.

Een andere kijk

Een andere kijk op het wereldvoedselprobleem is de volgende. Het te grote aantal mensen noem ik probleem en het voedseltekort oplossing. Ziedaar, zonder ingrijpen komt de beste oplossing – stabilisering van de populatiegrootte – vanzelf naar voren en de gevaren van overbevolking zijn afgewend. Dat is natuurlijk versimpeld voorgesteld, maar er zit een kern van waarheid in. Ontwikkelingshulpmedewerkers dragen helaas oogkleppen en kijken alleen naar de tijdelijke behoeftes van individuen. Zij zien bijvoorbeeld alleen de onschuldige, hartverscheurende negeroogjes van een hongerkind in Afrika en raken er zo geëmotioneerd van dat ze de bigger picture niet meer willen zien. Het individu moet geholpen worden, rationeel nadenken over de effecten daarvan op een groter niveau is niet sociaal voor de individu en dus fascistisch, terwijl het nou juist sociaal voor de groep als geheel is.

Het tegengaan van groeiende populaties is voor velen a priori een “eng” en “moreel verwerpelijk” thema. Die reactie is logisch, het druist in tegen het voortplantingsmechanisme en dus het leven zelf.[3] Bovendien zal volgens ecologen de menselijke populatie rond het jaar 2100 toch wel stabiliseren bij een grootte van ongeveer 8-10 miljard mensen. Waar maak ik me dus druk om? Nou, ik vind het noodzakelijk om op volkerenniveau / soortniveau te gaan nadenken over hoe we de wereldbevolking in evenwicht houden met wat de aarde kan leveren.[4] We plegen namelijk nu al roofbouw op onze planeet door 20% teveel te consumeren. Inderdaad, de blanke westerse wereld consumeert het meest. Vergeet alleen niet dat zij ook het meest produceert en daarmee heel wat arme volkeren in stand houdt. Door de Europese consumptie te verlagen, zal ook de Europese productie dalen en daarmee verdwijnen de mensen die het meest afhankelijk zijn van het Westen: volkeren die leven van westerse ontwikkelingshulp.

Ik wijs ieder christendogma zoals bijvoorbeeld “helpen is goed” af, evenals het socialistische gelijkheidsprincipe (ook een dogma) en wat voor op Kants filosofie geschoeid gedachtegoed dan ook. Iemand helpen is niet altijd goed – dat hangt af van de omstandigheden en die moeten dus eerst geïnventariseerd worden. Een hongerige pedofiel geef ik niets te eten. Ander voorbeeld: immigratie zou een oplossing zijn voor de “vergrijzing” van Europa. Daar is echter weer niet goed over nagedacht: Europa is ten gevolge van de babyboom van na WO2 namelijk extreem jong geworden en bereikt over vijftig jaar dankzij de zogenaamde vergrijzing een normale leeftijd. Van een echte vergrijzing is dus niet eens sprake.[5] Helaas ziet de westerse bovenwereld (politici, ambtenaren, beleidsmakers, zogenaamde wetenschappers) het totaalplaatje niet, zoals gewoonlijk.

In tegenstelling tot Kant durfde Nietzsche tenminste dogma’s aan te vallen (herwaardering van alle waarden). Kant creëerde een nieuw dogma door te stellen dat ieder mens een unieke waarde bezit die gerespecteerd moet worden. “Was Kant wel een echte filosoof?” denk ik dan. Wat betreft biotechnologie en overbevolking zou Nietzsche het met mij eens zijn geweest. Zie het citaat aan het begin van dit stuk.

Ontwikkelingsvolkeren zullen voorlopig dankzij westerse voedselhulp explosief blijven toenemen. Zonder deze hulp zouden hun populaties al gauw een natuurlijk evenwicht bereiken en stabiliseren. Natuurlijk geldt dit niet alleen voor ontwikkelingsvolkeren, maar ik richt mij op hen binnen het kader(!) van biotechnologische ontwikkelingshulp. De Amerikaanse bevolking groeit ook explosief, maar voedsel is voor hen niet de beperkende factor – misschien olie? Ook hun explosieve groei zou eigenlijk afgeremd moeten worden. We moeten maar hopen dat overbevolking door de natuur zelf redelijk opgelost gaat worden, want mensen hebben er te weinig belang bij om zichzelf af te remmen, zoals filosoof Th.C.W. Oudemans perfect uitlegt:

“Wanneer een land op basis van verlichte ideeën, humane argumenten of een hoog welvaartsniveau zo beschaafd is dat het via geboortebeperking zijn bevolkingstoename indamt, zal het zijn eigen graf graven: Het zal binnen enkele generaties overvleugeld worden door concurrenten die deze scrupules niet hebben. Een blik op het vluchtelingenprobleem vanuit de Derde Wereld in de richting van het Westen—een probleem waarvan nu pas het begin te zien is—laat de onontkoombaarheid van dit inzicht zien.”


[1]Friedrich Nietzsche, Herwaardering van alle waarden, 1ste ed. (Amsterdam: Boom, 1997).

[2]Th.C.W. Oudemans: “Op welk punt de menselijke proliferatie op de grenzen van de aarde zal stuiten en hoe is niet te voorspellen. Deze grenzen kunnen de beschikbaarheid van energie of ook die van de beschikbare ruimte betreffen, maar ook een kritische grens met betrekking tot de mogelijkheid van samenleven. Maar dat deze grenzen zullen opdoemen staat vast.”

[3]Th.C.W. Oudemans: “Hoewel eenieder weet dat hij of zij, door zich voort te planten, deelneemt aan een bevolkingsexplosie die vroeg of laat tegen de grenzen van de eindige aarde zal opbotsen, zal niemand zich daardoor van voortplanting weerhouden: de directe voordelen van de eigen nakomelingschap zijn vele malen groter dan het nadeel van de eigen bijdrage aan de bevolkingsexplosie.”

[4]“De Demografische Evolutielijn geeft grootschalig weer hoe de bevolkingstoename in het verleden is verlopen en leert ons tot welke orde van grootte de maximale bevolking toeneemt. Dat cijfer (7,5 tot 8 miljard) is van groot belang voor de toekomstkunde die ons moet leren hoe wij de aarde in de toekomst kunnen beheren. Wij kunnen dat niet als wij geen evenwicht kunnen aanbrengen tussen wat de wereldbevolking nodig heeft voor een duurzaam leven en datgene waartoe de aarde in staat is. De mogelijkheden die de aarde ons brengt zijn eindig en daarom kan de bevolking niet voortdurend blijven toenemen.” Bron: http://www.worldorder.nl/de2.htm

[5]E. Van Imhoff en N. Van Nimwegen, “Immigratie geen remedie tegen vergrijzing”, Demos, bulletin over bevolking en samenleving 16 (2000), http://www.nidi.nl/public/demos/dm00021.html.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s