Reisverslag rondreis 2015

Een klein aantal losse stukjes over plaatsen die ik bezocht.

Plovdiv, Bulgarije

Na de hoofdstad Sofia is Plovdiv de tweede grootste stad van Bulgarije. Het ontstaan van Plovdiv begint met een Romeinse nederzetting. Plovdiv ligt gelegen langs een bergrug en een rivier, met daarachter uitgestrekte vlakten geschikt voor landbouw. Daarom gebruikten de Romeinen Plovdiv om zowel de bevolkingsgroei als de militaire expansie van het Romeinse Rijk met voedsel te bekostigen.

Zoals vele Oost-Europese landen viel ook Bulgarije ten prooi aan vele golven van overheersers. Achtereenvolgens pikten de Romeinen, de Byzantijnen, de Turkse Ottomanen, de Russen en nu dus ook de bureaucraten van de Europese Unie de vruchtbare regio in om het eigen rijk te voeden. Vandaag planten Bulgaarse boeren hier vooral zonnebloemen, bedoeld voor de biodieselindustrie. Met een busreis van bijvoorbeeld Sofia naar Plovdiv rijd je langs honderden kilometers zonnebloemplantages, die zich door Roemenië uitstrekken tot aan Oekraïne.

Plovdiv kent een bijzonder mooie binnenstad, doch mede dankzij EU-subsidies. De historische stadkern telt het best bewaard gebleven Romeinse openluchttheater ter wereld. Ook ligt er een Romeins stadium half verborgen onder de gemoderniseerde winkelstraat. Midden in Plovdiv staan kleine heuvels vanwaaruit men de hele stad kan overzien. Sporen van de Ottomaanse, islamitische overheersing vinden we her en der terug in de vorm van een moskee.

Bulgaren staan zoals vele Oost-Europeanen niet positief tegenover de islam, omdat ze die van dichtbij hebben leren kennen. De Turkse Ottomanen bezetten Bulgarije meer dan vijf eeuwen lang, maar de Bulgaren gaven het verzet nooit op. Op de middelbare school lezen alle tieners het boek Onder het juk (1889) van Ivan Vazof over de Bulgaarse verzetsstrijd tegen de Turken. Begin twintigste eeuw verlosten de Russen Bulgarije tijdens de Turks-Russische oorlog van de Turken.

Tórshavn, Faeröer-eilanden

Tórshavn, de hoofdstad van de Faeröer-eilanden, is vernoemd naar de oud-Noorse god bij ons bekend als Donner (Thor in de bioscoop). Het stadje ligt ten noorden van Schotland op weg naar IJsland. De bevolking stamt vermoedelijk af van de Noorse vikingen die vanaf de 10de en 11de eeuw onder andere ook IJsland begonnen te koloniseren.

Vanwege de afgelegen locatie hebben de mensen zich hier tot op de dag van vandaag niet of nauwelijks vermengd met andere culturen. Daardoor veranderden de taal en de tradities langzaam. Hier beleven we voor de verandering geen multiculturele mengelmoes zoals in andere Europese hoofdsteden, maar een authentieke „inheemse” cultuur.

Het eiland is niet groot. Te voet bereik je vanuit de stad makkelijk de landelijke buitengebieden.

Seyðisfjörður, IJsland

In het oosten van IJsland ligt een klein havendorpje, Seyðisfjörður. Zoals de naam zegt, ligt het dorp verscholen in de monding van een fjord. De fjord biedt het dorp en haar inwoners beschutting tegen de harde winden die we op zee konden ervaren. Naast visserij en handel bedient de haven vooral de toeristen die in de zomermaanden wekelijks met een cruiseschip vanuit Noord-Denemarken, en een tussenstop op de Faeröer-eilanden, naar IJsland reizen. Die tocht duurt circa 3 nachten.

Seyðisfjörður telt ongeveer 600 inwoners, maar biedt alles wat de moderne mens verwacht: een supermarkt, meer dan één café, zelf gebrouwen bier, meer dan één restaurant, hostels, hotels, rust en mooie uitzichten. Overnachten kan tevens op een gratis campingplaats of een betaalde camping. Hier geldt ook het Scandinavische allemansrecht: campeerders mogen in het wild overal slapen zolang ze niemand tot last zijn en geen rommel achterlaten.

De plaatselijke bewoners houden zich met kunst bezig, gezien de aanwezigheid van meerdere kunstgalerijen. Een bewoner vertelde dat jongeren hier na hun middelbare school een jaar of twee in zo’n kunstschool kunnen ‘studeren’, namelijk zichzelf kunnen ontdekken voordat ze beslissen wat ze met de rest van hun levens willen doen. Het geeft IJslandse jongeren die nog niet weten wat ze willen de kans om daar wat langer over na te denken. Een prima concept dat we hier in het gehaaste Nederland ook best mogen invoeren.

IJsland is verschrikkelijk duur. Een busrit van een paar uur kost omgerekend makkelijk vijftig tot honderd Euro. Daar staat tegenover dat relatief veel plaatselijke bewoners bereid zijn om lifters een stuk op de route mee te nemen.

Reykjahlíð en Mývatn, IJsland

Het dorpje Reykjahlíð telt amper een paar honderd mensen. Ze wonen langs het meer Mývatn, een paar uur rijden ten oosten van de noordelijke stad Akureyri.

Alhoewel het meer in de winter volledig is bevroren, huisvest het Mývatn meer in de zomer een bijzondere flora en fauna. Meer dan twaalf verschillende eendensoorten strijken hier iedere zomer neer om zich op en rondom het meer voort te planten. Dat doen ze hier, omdat de samenkomst van het koude gletsjerwater van bovenaf met warm vulkanisch bronwater van onderaf het meer voedingsrijk maakt.

De regio rondom het meer biedt wandelaars de mogelijkheid om de IJslandse wildernis te ervaren. Te voet bereikt men de top van de 400 meter hoge vulkaan Hverfjall, waarna men de krater in kan zakken. Het landschap kenmerkt zich door zwavelmeren, gijsers en heetwaterbronnen. De plaatselijke bevolking durft tussen gebroken rotsformaties af te dalen om te baden in warme waterbronnen, alhoewel toeristen die er niet mee bekend zijn dit beter niet in hun eentje kunnen wagen.

Het landschap heeft een buitenaardse aanblik. Men wandelt van een grijs maanlandschap met grof zwart zand door naar rode bergformaties bekend van NASA-foto’s van Mars. Een bijzondere wereld die IJslandse paarden en schapen herbergt.

Dragon’s Back Trail, Hong Kong, China

Wie zich afvraagt waar draken vandaan komen, reist naar Hong Kong. Gezien vanaf een afstand lijken sommige bergformaties inderdaad op slapende draken. In het zuidoosten van het eiland Hong Kong ligt het Dragon’s Back pad, de drakenrug. Het pad ligt in een zeldzaam onbebouwd deel van het gebied. Terwijl wolkenkrabbers en congreshallen de noordkant van Hong Kong domineren, vinden toeristen en bewoners hun rust in het zuiden in de ‘achtertuin’, waar zandstranden en tropische baaien mensen de ruimte geven om te ontspannen.

Het drakenpad kost een paar uurtjes wandelen, maar beloont de volhouder met een mooi uitzicht en harde winden die de hitte van het lijf blazen. Het is hier het hele jaar door dertig graden warm. Het drakenpad leidt naar het Shek O Beach, helemaal op de meest zuidoostelijke punt van Hong Kong.

Op het hoogste punt van het drakenpad zien we duidelijk de kloof tussen arm en rijk beneden ons: een uitgestrekt, luxe golfpark met verstopt tussen tropische natuur de duurste villawoningen. Daarnaast ligt een klein stranddorpje waar mensen op elkaar gepakt in hun kleine hutjes en appartementen hun minder bedeelde levens uitleven. Hoe kan het dat zo weinigen zo veel rijkdom bezitten, terwijl zo velen zo weinig bezitten?

We zien die kloof overal te wereld en steeds op dezelfde manier. De kans om onder de rijken geboren te worden is voor een mens bijzonder klein. Het is de rijkste 0.1% of zelfs 0.01% die zeker een derde tot de helft van alle rijkdom op Aarde bezit. Die verhouding zie je in Amerika, maar ook in Europa, India, Azië en dus hier in Hong Kong. Het lijkt alsof een natuurwet aan het werk is: een wiskundige machtsfunctie beschrijft perfect de verdeling van kapitalistische rijkdom.

De (super)rijken bezitten de grootste grondstukken, de grootste huizen, de grootste bedrijven. Het overtollige armenvolk proppen ze samen van dorpen tot megasteden. In de Hong Kongse woontorens wonen soms meer dan duizenden mensen op een kluitje aarde niet groter dan het (buiten)zwembad achter het huis van de plaatselijke miljardair.

We leren dus wat mensen ‘rijkdom’ noemen het volgende betekent: ruimtelijke vrijheid, keuzevrijheid, bewegingsvrijheid. Met wat we ‘bezit’ noemen, bedoelen we eigenlijk gebruiksgemak: het gemakt dat we van een huis, boot of golfbaan gebruik kunnen maken zonder op onze beurt te hoeven wachten. En rijkdom houdt ook vreemden buiten de deur. De rijken bepalen zelf met wie ze dagelijks in contact komen. Immers, rijken vervoeren zich met chauffeurs en privévliegtuigen en hoeven dus niet met de ‘boeren’ een bus of lijnvliegtuig te delen.

Precies daarom bestaat een kloof tussen arm en rijk: mensen voeren met elkaar een concurrentiestrijd om die schaarse vrijheden (ruimte, keuze, beweging, bezit, etc.) voor zichzelf op te eisen. Ondanks de gelijkheid tussen man en vrouw, zijn het de mannen die het best in deze strijd slagen die vrouwen het aantrekkelijkst vinden. Dat komt omdat kinderen van zulke mannen dus opgroeien in een grotere vrijheid dan anderen, wat hun eigen voortplantingskansen weer ten goede komt.

Dat alle vrijheid dus ten koste van anderen komt—iemand kan per definitie enkel méér vrijheid voor zichzelf winnen doordat een ander dezelfde vrijheid verliest—lijkt vooralsnog de scheve verdeling niet af te remmen. Sterker nog, zolang mensen nog enige mate van individualiteit bezitten, en geen perfecte slaven van een collectief zijn, zal er altijd ongelijkheid blijven bestaan. De socialistische fantasie dat „eerlijke delen” die ongelijk op kan lossen, ontkent de menselijke natuur.

Zolang de mens bestaat, zal hij ongelijkheid scheppen.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s