Onvoorwaardelijke positieve waardering: Geliefd zijn voor wie je bent

Voorwaardelijke liefde belooft het kind liefde, maar laat het als de wortel voor een ezel voor zijn ogen bungelen tot het aan de juiste ‘voorwaarden’ voldoet. De voorwaardelijke liefde dreigt met “onttrekking van de liefde wanneer [het kind] niet gehoorzaamt”, een machtsmiddel van de ouders om het kind gewenst gedrag te laten vertonen.[1]

Als gevolg daarvan moet het kind zijn eigen persoonlijkheid ondergeschikt maken aan het ideaalbeeld van een ander. Sommige ouders leggen de lat echter zo hoog dat de liefde onbereikbaar wordt—een Tantaluskwelling.

De tegenhanger van de liefde onder voorwaarde, de onvoorwaardelijke liefde, komt in twee verschillende varianten voor, die echter tegenovergestelde betekenissen hebben, namelijk de één in het voordeel van het kind, de ander in het voordeel van de ouder. De onvoorwaardelijke liefde van het kind aan de ouder is de religieuze variant van het katholieke Vierde Gebod die kritiekloze gehoorzaamheid predikt. In sommige Bijbelverhalen verlangt God bijvoorbeeld dat gelovigen bereid moeten zijn hun eigen kind te slachten.[2] Van het kind wordt verwacht dat het dit lot gewillig ondergaat.

Deze vorm van ‘liefde’ drijft ook de Japanse kamikazepiloot de dood in om daarmee zijn loyaliteit aan de militaire of maatschappelijke ouderfiguren te bewijzen. Zijn loyaliteit is helemaal geen liefde, maar geestelijke onderwerping. Met wat voor wereldbeeld groeien kinderen van kamikazepiloten op?

Religieuze (of militaire, of politieke) leiders die dit principe veel beter begrijpen, misbruiken hun macht om zodoende de band tussen ouder en kind te verzwakken. Dan kunnen de autoritaire leiders—de profeten (of generaals, of ministers)—doen wat ze maar willen met de willoos gemaakte “kinderen van God”.[3]

De andere variant, de onvoorwaardelijke liefde van de ouder die zijn kind te allen tijde steunt, vinden we terug in het principe van de onvoorwaardelijke positieve waardering uit de humanistische psychologie van grondlegger Carl Rogers.[4] Dat principe staat haaks op de ideeën van Sigmund Freud.

In Rogers’ begrip staat een gelijkwaardige relatie tussen ouder en kind centraal, waaraan het kind zich kan optrekken zonder aan enige voorwaarden voor die relatie te hoeven voldoen. Dit kind wordt geliefd voor wie het is, niet voor wat het doet of wat het de ouders oplevert. In plaats van het kind te straffen voor alles wat het fout doet, helpen zijn ouders het de wereld te ontdekken. Deze ouders trekken hun liefde ook niet in als het kind fouten maakt of ongewenst gedrag vertoont.

De wetenschap dat onvoorwaardelijk geliefde kinderen altijd op hun ouders kunnen rekenen, beschermt ze tegen negatieve gedachten over zichzelf en anderen, en daarmee zelfs tegen depressie en zelfmoord, omdat ze als tieners en volwassenen bij tegenslag altijd op dit kussen der liefde kunnen terugvallen.

Alleen al de herinnering aan situaties waarin het kind onvoorwaardelijk werd geliefd, werkt als een vaccinatie tegen latere negatieve gedachten.[5] Liefde geeft mensen een beeld van zichzelf als intrinsiek waardevolle personen die liefde verdienen.


[1]Alice Miller, Das verbannte Wissen, 1ste ed. (Frankfurt am Main: Suhrkamp Verlag, 1990), 226.

[2]Genesis 22: 1-24.

[3]Janet Heimlich, Breaking Their Will: Shedding Light on Religious Child Maltreatment (Prometheus Books, 2011), 51.

[4]Carl Rogers, On Becoming a Person: A Therapist’s View of Psychotherapy (Houghton Mifflin, 1989), 283.

[5]Eddie Brummelman e.a., “Unconditional Regard Buffers Children’s Negative Self-Feelings”, Pediatrics 134, nr. 6 (2014): 1119–26.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s